België herdenkt volgend jaar de tweehonderdste geboortedag van Hendrik Conscience. Hoewel de vieringen niet zo uitbundig zijn als in 1913, wordt door onze zuiderburen niet voorbij gegaan aan dit bijzondere jubileum van ‘de man die zijn volk leerde lezen’ en die de auteur was van De Leeuw van Vlaanderen en nog een honderdtal werken. Met tentoonstellingen, lezingen, wandelingen, publicaties en een nieuw standbeeld wordt de schrijver herdacht. De gedoodverfde toekomstige burgemeester van Antwerpen, Bart de Wever, heeft in verschillende toespraken nog eens gewezen op de voorbeeldige Hendrik Conscience. In Nederland is Conscience vrijwel onbekend, terwijl zijn werk en het verhaal van zijn leven begrip zouden opbrengen voor de bijna angstvallige zorg waarmee de Vlaming zijn taal bewaakt. 

Het rampzalige jaar 1812

Hendrik Conscience werd geboren in Antwerpen op 3 december 1812. Een rampzalig jaar. In Nederland, België en Frankrijk wachtten familieleden in angstige spanning op de terugkeer van hun mannen en zonen. Napoleon had een ongekend groot leger van zo’n 600.000 man op de been gebracht. Gevechten, ontberingen, ziekten en kou eisten ruim 550.000 slachtoffers. Na de terugtocht over de Berezina schreef een verbijsterde Russische generaal dat zich onder de glasheldere laag ijs de lijken aftekenden van mannen, vrouwen, kinderen en paarden die bij het gedrang op de bruggen in het ijskoude water waren gevallen en verdronken. De ellende was nog niet voorbij. Onder het mom van een dreigende staatsgreep had Napoleon zijn troepen verlaten en was naar Parijs vertrokken. Hij wist het jaar daarop opnieuw een leger te vormen en werd bij Leipzig verpletterend verslagen, waarop zijn verbanning naar Elba volgde. Tijdens een moment van onachtzaamheid van zijn Franse- en Engelse bewakers zag de gevallen keizer kans te ontsnappen en tijdens de befaamde Honderd Dagen opnieuw een leger achter zich te krijgen, waarmee hij op het nippertje de Slag bij Waterloo verloor en nu voorgoed van het toneel verdween. Europa bleef onthutst achter. In Wenen raapten koningen en keizers hun gevallen kronen op en claimden uit de losse pols hun oude bezittingen. Gijsbert Karel van Hogendorp wist de zoon van de naar Londen gevluchte stadhouder Willem V over te halen om als soeverein vorst in Nederland het voortouw te nemen. België en Luxemburg zouden dan ook tot zijn grondgebied behoren. Willem I maakte twee jaar na zijn komst van de verwarring rond Waterloo gebruik en riep zich zelf uit tot koning.

Europa begon aan een omvangrijk herstel na jaren van oorlogen en revolutie.  In Antwerpen was aan de nijverheid in de haven vrijwel een eind gekomen. Allerlei ontheemd volk probeerde er aan de slag te komen.

Een jongen met fantasie

Eén van hen was Pierre Conscience. Pierre was na omzwervingen in dienst van Napoleon en verschillende krijgsgevangenschappen in Antwerpen aangenomen om toezicht te houden op de bouw van schepen voor de Franse vloot. De vrolijke Fransman ontmoette het ongeletterde volksmeisje Cornelia Balieu. De twee konden elkaar nauwelijks verstaan, maar trouwden en na twee jong gestorven kinderen volgde hun derde kind: Henri. Een zwak ventje. De dokter schudde zijn hoofd en twijfelde of het dit keer een blijvertje zou zijn. ‘Als de jongen de zeven jaar haalt is er een kans’, zei hij. Door de val van Napoleon verloor vader Pierre zijn werk. Hij probeerde als behanger aan de kost te komen, terwijl zijn vrouw een klein kruidenierswinkeltje opende. De zwakke Henri lag veel op bed of scharrelde rond op een paar krukken. Zijn grote liefde was een kraai met een gebroken vleugel die hem dag en nacht achterna hipte. Toen de vogel opgejaagd door een hond in het water viel, sprong Henri zijn lieveling pardoes achterna en werd te nauwer nood van verdrinking gered door een buurjongen. De kraai verdronk en Henri was ontroostbaar.

Zijn moeder nam de ziekelijk Henri vaak op schoot en vertelde de oude Vlaamse vertellingen zoals die in goedkope ‘blauwboekjes’ werden verspreid. Vader verhaalde van zijn ruwe zeemansavonturen. Uren bracht de klein Henri door op de zolder waar stapels oude boeken lagen waarvan de bladzijden werden gebruikt als verpakking voor boter, koffie en suiker. Hij bestudeerde de platen van exotische werelden en nadat zijn vader hem het alfabet had geleerd, spelde hij de teksten in de oude folianten. Het meest opwindend waren de bezoeken aan de poesjenellen kelder waar een enthousiast publiek meeleefde met de avonturen van oude stangpoppen die op en neer dansten voor een primitief decor. Henri’s hoofd vulde zich met verhalen die zijn fantasie aanwakkerden. Ondertussen breidde het gezin zich uit. Er werd een broertje geboren dat veel gezonder was dan Henri. Een volgende bevalling werd moeder en kind noodlottig. Beiden stierven.

Het bombardement van Antwerpen

Vader Pierre besloot de stad te verlaten. In de Groene Hoek even buiten Antwerpen kocht hij een stukje grond waarop hij van sloophout een huisje bouwde. Henri en zijn broer Jean beleefden een gouden tijd. Terwijl vader van huis was voor allerlei bezigheden zwierven de jongens door de natuur. Henri was voortdurend bezig met bloemen en insecten. ‘Rik de dromer’, noemde zijn broer hem. Aan het vrijbuitersbestaan kwam een eind toen vader Pierre opnieuw trouwde, met een vrouw die orde op zaken stelde. Het gezin ging weer in Antwerpen wonen en de jongens moesten naar school. Geboorten en sterfgevallen wisselden elkaar in rap tempo af. Henri moest helpen om het gezin te onderhouden, hij kreeg een baantje als hulponderwijzer en schaamde zich dood voor het kostuum dat zijn vader in een uitdragerij voor hem had gekocht.

De opstand van 1830 veranderde het leven totaal. België wilde zich losrukken van Nederland. Antwerpen werd door de Hollanders gebombardeerd. Jan van Speyk kwam met zijn kanonneerboot aan lager wal en pleegde zijn doldwaze zelfmoordactie...

Het grote belang van Hendrik Conscience is dat hij de eeuwenlang geknechte Vlamingen hun taal en daarmee hun eigenwaarde teruggaf

door zijn schip in de lucht te laten springen. Antwerpen was ontredderd. Bij de stadspoorten was het een gedrang van vluchtelingen. De 18jarige Henri was ontzet door de ellende om zich heen. Hij meldde zich aan als vrijwilliger en marcheerde mee met de Belgische troepen die in geïmproviseerde uniformen, nauwelijks gewapend, maar vurig enthousiast tegen de Hollanders optrokken. Het werd de zwakke Henri al snel te veel. Hij werd ziek en vond na veel moeite kwartier in een hut waar hij vriendelijk werd opgevangen en prompt verliefd raakte op de jonge dochter des huizes. Later zou hij terug keren, maar nooit heeft hij de hut of het meisje weer gevonden. De Belgen stonden tegenover een geweldige overmacht van een uit Nederland opgetrommeld leger. Zij zouden de strijd hebben verloren als de Fransen niet te hulp zouden zijn geschoten. Er dreigde een internationaal conflict. Engeland bemiddelde en België werd onafhankelijk, ondanks grote bezwaren van koning Willem I. Henri had inmiddels bijgetekend en trok tamelijk doelloos door België, waarbij hij zijn land goed leerde kennen en vooral een liefde opvatte voor de Kempen.

Het Wonderjaar

Tijdens een verlofperiode ontmoette Conscience zijn oude schoolvriend Jan de Laet. Deze schreef gedichten en bracht hem in aanraken met andere Vlaamse kunstenaars. Henri voelde zich thuis in deze kringen en kreeg lust om ook te gaan schrijven. Eerst in het Frans, zwakke gedichten die door positieve kritiek van zijn vrienden steeds beter werden. Bij het lezen over de opstand tegen de Spanjaarden kreeg Conscience, die inmiddels de dienst had verlaten, aandrang om over de geschiedenis van België te schrijven. Hij begon in het Frans maar ging al snel over in het Nederlands. Het resultaat was zijn eerste boek: Het Wonderjaar. Het enthousiasme van zijn vrienden kende geen grenzen. Vlaanderen zocht naar onafhankelijkheid, los van Nederland, los ook van de Franse invloed en de Franse taal. Er werd gezocht naar een eigen identiteit. Schilders zoals Gustaaf Wappers legden de heldendaden van het Vlaamse volk vast op dramatische doeken en nu was daar een schrijver van Vlaamse literatuur. Henri die zich voortaan Hendrik noemde verdiende geen cent aan het boek. Inderhaast schreef hij een volgend boekje dat geen succes werd. Zijn vrienden hielpen hem aan baantjes. Conscience werd uit de nood geholpen door een introductie van Wappers bij koning Leopold I. De audiëntie met een stik zenuwachtige Conscience in een geleend pak was allerhartelijkst. De koning stimuleerde hem om door te gaan met schrijven in de taal die de helft van zijn volk sprak en zorgde voor financiële ondersteuning. De doorbraak kwam met het boek ‘De Leeuw van Vlaanderen’, het verhaal over de Guldensporenslag dat door de Belgen werd stuk gelezen en waarvan een vertaling kwam in het Frans, Duits en Engels. Ondertussen mokte Willem I door over het verlies van België. Met internationale hulp wist hij in 1838 een oplossing te vinden. Een groot deel van Limburg en Luxemburg zouden bij Nederland komen. Enkele honderdduizenden Belgen werden gedwongen van nationaliteit te wisselen. De woede was groot. Conscience werd uitgenodigd om in Antwerpen te spreken. Het publiek maakte kennis met het nog nauwelijks bekende redenaarstalent van de schrijver. Conscience hield een vlammend betoog waarin hij zich door zijn eigen woorden liet meeslepen. Het enthousiasme kende geen grenzen. De opwinding was zo groot dat een menigte toehoorders uitzinnig de straat op trok. Bij het huis van de burgemeester werden de ruiten ingegooid. Woedend werd er gereageerd door Antwerpenaren die de rust in hun stad verstoord zagen en vreesden voor hun handel. Conscience schrok zich wild. Hij besloot te stoppen met schrijven en werd knecht in een grote tuinderij van een vriend. Met heel veel moeite wisten zijn vrienden hem weer aan de schrijftafel te krijgen. De doorslag gaf een opdracht van koning Leopold tot het schrijven van een Geschiedenis van België. Conscience zette zich met volle overtuiging aan het werk. Hij ontmoette in die tijd op een bal een meisje dat zijn hoofd op hol bracht. Later zag hij haar weer bij het schaatsen en niet veel later trouwde hij met deze Hollandse Maria Peinen.

Een staatsiebegrafenis

De carrière van Hendrik Conscience nam een hoge vlucht. Het schreef het ene boek na het andere. Het Vlaamse volk droeg hem op handen. Hij werd overladen met eerbewijzen en schrijvers als Victor Hugo en Alexander Dumas kwamen hem opzoeken. Verdriet bleef hem niet gespaard toen hij kort achter elkaar zijn twee zonen verloor. De laatste jaren van zijn leven woonde hij in het huis van de gevierde kunstenaar Antoine Wiertz waar hij het erebaantje van museumdirecteur bekleedde. Zijn gezondheid ging zienderogen achteruit. Waarschijnlijk leed hij aan maagkanker. De onthulling van zijn standbeeld in Antwerpen kon hij niet meer bijwonen. Hendrik Conscience stierf op 10 september 1883. Hij kreeg een staatsiebegrafenis met een plechtigheid in Brussel en enkele dagen later de ter aarde bestelling op het Kielkerkhof in Antwerpen. De stad was grotendeels afgezet. De stoet begaf zich naar de begraafplaats langs omfloerste lantaarns, begeleid door weesjongens met fakkels, een militaire erehaag, treurmarsen spelende muziekcorpsen en delegaties uit heel België.

Conscience wordt nauwelijks meer gelezen. Zijn stijl is beeldend en schilderachtig, zijn typeringen raak, maar de karakterbeschrijvingen oppervlakkig, de verhalen zijn origineel en grappig en velen daarvan zouden zich lenen voor een hedendaagse televisiebewerking. Het grote belang van Hendrik Conscience is dat hij de eeuwenlang geknechte Vlamingen hun taal en daarmee hun eigenwaarde teruggaf. Dat is men in België niet vergeten.

 

Geschreven door Vincent op 06-11-2012.