Boekennieuws.

Nieuws, reportages en achtergronden uit de wereld van het boek

actueel

De Vries en Van Wessem: een literaire vriendschap

Dichter Hendrik de Vries (1896-1989) en schrijver Constant van Wessem (1891-1954) hebben intensief gecorrespondeerd. In totaal zijn 163 brieven bewaard gebleven, vooral uit de oorlogsjaren. De briefwisseling is nu gebundeld verschenen. Onder de titel Brieven 1919-1952 zijn de brieven van De Vries en Van Wessem gepubliceerd in de reeks Achter het Boek van het Letterkundig Museum.

De brieven getuigen van een literaire vriendschap tussen beide schrijvers. In de inleiding op Brieven 1929-1952 is er de nodige aandacht voor deze vriendschap. De brieven gaan over de poëzie van De Vries en zijn medewerking aan het tijdschrift Het Getij. Van Wessem was de voornaamste redacteur van dit tijdschrift. Een belangrijk onderwerp in de correspondentie is de bundel Tovertuin (1946), algemeen beschouwd als het hoogtepunt in het oeuvre van Hendrik de Vries en een van de mooiste Nederlandse poëziebundels uit de twintigste eeuw. De Vries vond in Van Wessem de gewenste raadgever.

Andere onderwerpen die in de brieven aan bod komen zijn de levensomstandigheden tijdens de oorlog en de vriendschap van beide schrijvers met J. Slauerhoff. In de uitgave van het Letterkundig Museum is een aantal ongepubliceerd gebleven gedichten van Hendrik de Vries als bijlagen toegevoegd. Dat vergroot de literair-historische waarde van het boek.

Hendrik de Vries, een Groninger, was behalve dichter ook schilder. In zijn surrealistische poëzie speelt het onderbewuste een belangrijke rol. Jacques Constant van Wessem schreef romans en essays. Ook was hij actief als vertaler. Van 1917 tot 1922 was Van Wessem redacteur van Het Getij, een literair tijdschrift. Later was hij ook redacteur van De Vrije Bladen en het tijdschrift van De Nederlandsche Filmliga.

Brieven 1919-1952, verschenen onder redactie van Jan van der Vegt, is uitgegeven door Verloren en kost 35 euro.

Geschreven door Kees van Rixoort op 30-12-2013.