Al zou de helft van de bevolking over me heen vallen, ik blijf erbij: de culturele bagage van de gemiddelde Nederlander, vooral wat de literatuur betreft, vertoont trekken van ondervoeding. Verre van mij de aanmatigende gedachte dat ik wel massa’s in mijn mars heb en het de culturele bleekneusjes even zal voordoen. Ook word ik niet, zoals de dichter dicht, aangetroffen onder de ‘jongedames, die beheerst en zacht als door een rietje van de letteren zuigen’.
Het gaat mij slechts om één zaak: de springvloed aan gemiste kansen.
Er is in de voorbije eeuwen bij ons en elders onvoorstelbaar veel prachtigs geschreven. En wie profiteert van al die verlossende diepgang? Van die verrijkende verstrooiing? Van dat onvervalste genot? Verhoudingsgewijze: anderhalve man en een paardenhoofd.
Laat ik gemakshalve een groep landgenoten bij de kop nemen die ervaring met lectuur hebben: de abonnees van onze kwaliteitskranten. Hoevelen hebben opstellen van Montaigne, deze grote wijze, gelezen? Hoevelen zijn vertrouwd met de korte verhalen van Heinrich Mann, met het oeuvre van Luigi Pirandello? Wie was George Eliot? Wie wordt wel de Shakespeare van het romangenre genoemd en waarom? Wie kent Jacob Jan Cremer, wie Petrus van Limburg Brouwer? Degenen die hier moeten passen, treft geen verwijt. Het odium drukt op de schouders van hen wier taak het was de mensen lekker te maken en dit hebben verzuimd.
Letterlijk duizenden zijn de letterkundige kleinodiën en hun prospectie is een fluitje van een cent, concreet: van verschillende adressen op het internet kunnen ze geheel gratis en geheel legaal worden nedergeladen. Er hoeven geen springstoffen of boorhamers aan te pas te komen om ze los te wrikken uit stenige aders. Geen spaden om plaggen en zoden te verzetten. Geen bezems om lagen sintels weg te vegen. In dagbouw liggen ze daar te fonkelen en (ik betrap me erop dat ik er lyrisch van word) te lonken naar liefhebbers.
Fons van Westerloo, een man die je niets wijs kunt maken, wanneer het over elektronische media gaat, voorspelde onlangs dat de televisie in haar huidige vorm over twintig jaar niet meer bestaat. Ik ben lang genoeg van het vak om dat toe te passen op onze dagbladen zoals ze er nu bijstaan. De slag om de actualiteit hebben ze al verloren en ook de nieuwe media maken tegenwoordig veel werk van achtergrond en duiding. De dialoog van de kranten met hun lezeressen en lezers ligt vanouds aan de achterste mem.
Misschien is het een slimme overlevingsstrategie (en het mes zou aan twee kanten snijden), indien ze zich omturnden in een dagelijks verschijnend tijdschrift van algemeen culturele aard. Ik watertand nu al: elke dag een kort verhaal, elke dag een aflevering van een feuilleton!

Geschreven door Grijsaard Henk op 01-08-2017.