‘De tijden veranderen en wij veranderen mee’, zeiden de oude Romeinen. Daarom zal ik er wel vrede mee moeten hebben dat het huidige onderricht in de vreemde talen is wat het is. Maar ik blijf het er moeilijk mee hebben.
Een jonge kennis van mijn vrouw en mij vertelde laatst dat zij voor haar bachelor Franse taal en letterkunde vijf boeken had moeten lezen. Vijf? (De Fransen noemen zoiets au compte-gouttes, uit het druppelflesje). Als ik de lakens uitdeelde, zouden het er 50 zijn; waarvan ik een aanzienlijk deel als verplicht zou bestempelen. Is 50 te veel? Over vier studiejaren uitgesmeerd, is dat zo’n 12 boeken per jaar, zijnde 1 per maand. Wie dat niet kan of wil opbrengen, heeft op de universiteit niets verloren.
Ik ben ooit behandeld door een fysiotherapeute die doctoranda Frans was. Haar spreekvaardigheid stelde niets voor. Pas na diep nadenken kwam zij op de naam Molière. (Zij was trouwens ook als fysiotherapeute een regelrechte ramp).
Wie Frans studeert — of politieke wetenschappen — zal Montesquieu wel eens horen noemen. Het betreft de geestelijke vader van de trias politica, de scheiding der drie machten: de wetgevende, de uitvoerende, de rechterlijke. Maar wie leest zijn De l’esprit des lois? Dezelfde man heeft ook Lettres persanes op zijn naam staan, een brievenroman waarvan de dichter Paul Valéry zei: ‘Er is nooit iets eleganters geschreven. De veranderde smaak en de ontwikkeling van heftige middelen hebben geen vat op dit volmaakte boek.’
In dit werk wordt het volk der Troglodyten opgevoerd, die als verzet tegen hun misdadige voorvaderen een welhaast ideale samenleving hebben geschapen. Maar wegens de bevolkingsaanwas willen zij een vorst hebben en zij nodigen een eerbiedwaardige, rechtschapen grijsaard uit de kroon te aanvaarden. Zijn bescheid: ‘… als jullie dat per se willen, zal ik wel moeten, maar houdt er rekening mee dat ik van verdriet zal sterven, omdat ik bij mijn geboorte de Troglodyten als vrije mensen heb leren kennen en hen vandaag als onderdanen zie.’ Waarna hij uitbreekt in een stortvloed van tranen. En tot besluit merkt hij op: ‘Troglodyten, ik ben aan het einde mijner dagen, mijn bloed is ijskoud in mijn aderen, weldra ga ik jullie vervloekte voorouders terugzien. Waarom willen jullie dat ik hen kwel; en hun moet zeggen dat ik jullie heb achtergelaten onder een ander juk dan dat van de deugdzaamheid?’
Ik herhaal het: wie leest dat? Menig staatsman van 2017, dunkt me, zou er zijn voordeel mee kunnen doen.
De voordelen van verdieping in de grote schrijvers lijken mij evident. Je wordt er een intelligenter mens door. Een gelukkiger mens. Een wijzer mens. En ja, zelfs een droeviger mens. Ik schaam mij niet dat mijn ogen vochtig werden, toen ik het slot van Middlemarch, dat prachtige boek van George Eliot, las: ‘… dat de dingen er voor u en mij niet zo beroerd voorstaan als had gekund, is voor de helft te danken aan de talrijken die getrouw een verborgen leven hebben geleid en rusten in graven welke door niemand worden bezocht.’

Geschreven door Grijsaard Henk op 16-06-2017.