Op mijn eindexamenlijst van HBS-B (1955) staat een vijf voor Engels, naar mijn stellige overtuiging geheel ten onrechte. Nog altijd als ik eraan denk    -ik ben de tachtig gepasseerd-  word ik een beetje boos en verkneukel ik mij erin de vrouw die ik hiervoor verantwoordelijk acht, iets aan te doen waarvan de ernst gelijke tred houdt met het klimmen der jaren. Dus toch gefrustreerd!

Dit vrouwspersoon fungeerde als gecommitteerde voor talen bij ons eindexamen. Ik trapte af met Engels. Bedeesd en ongetwijfeld stijf van de zenuwen betrad ik het examenlokaal en ontwaarde naast onze leraar Engels een breiende, pinnige, norse dame. Zonder omwegen schoof ze mij een Engels tekstje toe en droeg mij op dit voor te lezen en te vertalen. Mijn uitspraak was niet om aan te horen en veel had ik er niet van begrepen, aldus de breitante. Vertel eens iets over “The Winslow Boy” (1946; Terence Rattigan), was haar volgende commando. Al na enkele zinnen concludeerde ze dat ik maar beter kon stoppen. “Wat weet je van Rattigan?”, klonk het vervolgens.  Waarheidsgetrouw antwoordde ik “Niets”. Nijdig keek ze me vol ongeloof aan en stopte zelfs met breien. Ik legde uit dat ik alle boeken op mijn lijstje had gelezen en bestudeerd maar dat ik mij er nooit van bewust was geweest dat ik ook de bijbehorende schrijvers moest bestuderen, en dat had ik dan ook niet gedaan. Dit antwoord betekende oorlog.

Ze legde haar breiwerk neer, wierp een blik op onze leraar en vroeg of ik ook enkele Engelse munten kon noemen. Ik zei “ja, dat kan ik” en stopte. Nijdig keek ze mij aan en zei “En…”  Ik kwam niet verder dan penny en halfpenny en na een korte doch akelige stilte produceerde ik opgelucht shilling. “De belangrijkste graag”, zei ze. Ik dacht diep na, wist dat ik de oorlog inmiddels had verloren en hoorde mezelf zeggen dollar. Toen was de maat vol: “I can’t hear you any longer” zei ze furieus. Ik stond op, zei “So long” en verliet het lokaal.

Het hele examen had slechts vijf à zes minuten geduurd. Mijn leraar had zijn mond niet opengedaan. Veel later, na de diploma-uitreiking, vertelde hij mij dat hij de resterende examentijd nodig had gehad om haar enigszins tot bedaren te brengen, en dat hij ook nog zijn best had moeten doen om op een twee uit te komen zodat mij, samen met de acht voor mijn schriftelijke vertaling, het eindcijfer vier bespaard bleef. Na vijf jaar Engelse les met nagenoeg altijd een acht of negen als rapportcijfer en een acht voor je schriftelijk, staat er dan een vijf op je eindlijst. Eigen schuld, domme pech, breiende truthoela, bedrijfsongeval; zal allemaal wel maar leuk is anders, beste lezer.

Wat heeft dit drama met Annie Westerman te maken? Na het mondeling Engels volgde een dag later Nederlands waarbij ik opnieuw werd geconfronteerd met dit chagrijn op leeftijd (gelukkig wist ik toen nog niet dat mijn eindcijfer voor Engels een vijf was). De leraar deed het woord, het chagrijn breide. Het examen verliep gladjes. Toen ik dacht dat de klus geklaard was, vroeg het serpent of ik iets wilde vertellen over “Kaarslicht in Keranna” (1953) van Annie Westerman, dat uiteraard op mijn boekenlijstje stond. Geen probleem, ik diste het verhaal over de Sint Anna-verering in Normandië op waarna ze vroeg of het niet Bretagne was. Met nadruk stelde ik dat het om Normandië ging. Gelukkig begon ze niet over Annie Westerman want het enige dat ik over haar wist, was dat ze in Utrecht was geboren. Na het examen moest ik vaststellen dat mijn “vriendin” gelijk had, het was Bretagne! Ze zal het toch niet natrekken, dacht ik enigszins ongerust want ik zou nog twee keer bij deze breitante op visite moeten, namelijk bij Frans en Duits. Of ze haar kruit verschoten had, weet ik niet maar zowel bij Duits als bij Frans heeft ze geen woord geuit. Beide keren volstond ze met een goedkeurend knikje, dat nu weer wel.

Kortelings vond ik bij een kringloopwinkel een exemplaar van “Kaarslicht”. Ogenblikkelijk stond mij het voorgaande weer helder voor de geest maar nieuw was dat ik me nu ineens afvroeg “Wie was toch Annie Westerman? Heeft ze nog meer geschreven?”. Enig speurwerk leverde het volgende op:

Anna Hermina Maria (Annie)  Westerman werd geboren op 19 april 1919 in Utrecht en overleed in 1980. Naast “Kaarslicht in Keranna” vond ik van haar

Ik schrijf een dagboek (1946), Het Spectrum,

Jans (1952), De Tijd,

– Christientje, 2e dr (1952), De Tijd, Over een meisje dat zichzelf ontdekt en tracht haar egoïsme te overwinnen,

Lydwina van Schiedam-Het bed vol doorns (1964), Desclee de Brouwer, In rijke taal en poëtische beschrijvingen krijgt de mystieke opgang van Lydwina gestalte.

Ingegeven door nostalgie en nieuwsgierigheid, zou ik u, beste lezer, willen vragen, heeft u informatie over leven en werk van Annie Westerman, zou u dan zo vriendelijk willen zijn die met mij en andere lezers van Boekennieuws te delen? Bij voorbaat hartelijk dank.

De boekenhobbyist uit Utrecht

 

Geschreven door internetcolumnist op 23-02-2017.