In Lenteloos voorjaar beschrijft Michaelis als leerlinge van het Vossius-gymnasium de eerste twee jaar van de oorlog bijna ‘en passant’, gewoon omdat voor een puber van 17 à 18 een verliefdheid nou eenmaal belangrijker kan zijn dan bijvoorbeeld de invoering van een bonnensysteem. Niettemin is het interessant het dagelijks leven tijdens die eerste oorlogsjaren te ervaren door de ogen van een jonge vrouw, die zich tijdens het schrijven van dit boek al meer ontpopt als schrijfster met gevoel voor humor en een scherpe pen.

De wereld waar ik buiten sta verscheen half maart van dit jaar, als deel twee van Michaelis’ oorlogsdagboek. Net als deel een ontstaan uit een groot aantal schriften die in haar nalatenschap gevonden werden. In dit deel duikt de joodse Michaelis, het is dan herfst ‘42. Ze beschrijft haar verschillende onderduikadressen, die zeer variëren in gastvrijheid en godsdienstbeleving en waar ze noodgedwongen steeds weer een andere identiteit aan moet nemen. In april ’43 beleeft ze een zwarte dag als ze hoort dat haar ouders naar Westerbork zijn overgebracht. Terecht vreest ze voor hun leven. In ruim 1000 bladzijden beschrijft De wereld waar ik buiten sta op klare toon de periode tussen 1942 en eind mei 1945, vanuit het perspectief van een joodse onderduiker, heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees.

Geschreven door Marieke op 13-06-2017.