Theo Kars: altijd trouw aan zijn eigen regels, maar met regels van anderen wilde  hij zo min mogelijk te maken hebben. Dat is de rode draad in zijn boeiende oeuvre. Op 22 maart zou Kars 76 zijn geworden. Dat mag echter niet zo zijn: op 10 november 2015 overleed hij. ‘Ik ben gestorven zoals ik heb geleefd, en heb de teugels van mijn lot tot op het laatste ogenblik in handen gehouden. Mijn vrijwillige dood was mijn laatste daad van levenslust.’, aldus een laatste mededeling van Kars op zijn website. Vorig jaar verscheen nog een mooie heruitgave van zijn roman De verleider uit 1969. Herzien en met een uitvoerig nawoord.

In 1964 richtte Theo Kars samen met Boudewijn van Houten het literaire tijdschrift Tegenstroom op. Het blad werd grotendeels gefinancierd met geld dat afkomstig was van grootschalige oplichting van de posterijen en de Rijkspostspaarbank. Kars belandde hiervoor samen met de andere daders enkele jaren in de gevangenis. Daar schreef hij De vervalsers, een roman waarin de oplichtingsaffaire centraal staat.

Na zijn vrijlating begon zijn schrijversloopbaan pas goed: Kars was in de jaren zestig en zeventig een succesvol auteur. Met titels als De vervalsers, De verleider, Alice en vooral De geisha en Avonturen op Ibiza bereikte hij een groot publiek. Daarna liep de belangstelling terug. Kars ging toen steeds meer vertaalwerk doen. Zijn belangrijkste vertaling is die van de volledige memoires van Casanova, waarvoor hij veel lof oogstte. Kars was een bewonderaar van Casanova en dat is niet toevallig. De overeenkomst in levenshouding is groot.

Theo Kars was sinds zijn zeventigste bezig zijn autobiografie Memoires van een slecht mens te publiceren, wellicht zijn belangrijkste werk. In 2010 verscheen deel 1, in 2013 kwam deel 2 op de markt. Het derde deel hebben we nog te goed, dat zou pas mogen verschijnen na de dood van Kars.

Geschreven door Ton van der Molen op 01-03-2016.