Woensdag de 31ste werd zijn laatste bundel Slordig met geluk, verschenen in 2016,  voorgedragen voor de Ida Gerhardt Poëzieprijs. Volgens zijn uitgever Prometheus heeft dit nieuws Menno Wigman nog bereikt voor hij donderdag 1 februari in het VU ziekenhuis te Amsterdam overleed aan de gevolgen van een hartziekte. Hij is 51 jaar geworden. Prometheus: ‘Wij treuren om het verlies van een van de grootste dichters van ons taalgebied. Menno Wigman was een van die weinige dichters die zowel zijn vakgenoten als het grote, in literatuur geïnteresseerde publiek voor zijn dichtkunst wist te winnen. Zijn dood is een slag voor de Nederlandse poëzie.’

Wigman ontdekte als leerling van het Gymnasium Felisenum te Velsen-Zuid poëzie en werd een bewonderaar van dichters als Rilke, Slauerhoff en Baudelaire. Hij ontwikkelde sowieso een hang naar decadente dichters. In 2017 schreef hij in de Volkskrant: ‘Poëzie zien doet poëzie schrijven en een goed gedicht schrijf je nu eenmaal niet alleen. Dus ja, een enkele keer zul je hier en daar best eens wat losse haren en stukjes nagel van bewonderde voorgangers als Rilke en Baudelaire in mijn gedichten kunnen aantreffen. En dat de meeste dingen allang gezegd zijn, daarop wil ik graag antwoorden met een variant op een regel uit mijn gedicht ‘Jeunesse dorée’: ‘Is alles al gezegd, nog niet door mij.’

Officieel debuteerde hij in 1997 met Zomers stinken alle steden, een bundel waarvan zowel lezers als critici het muzikale ritme en het schijnbare gemak van zijn gedichten naar waarde wisten te schatten. Wigman was ook drummer, wat in ieder geval zijn muzikale ritme verklaard. Ook zijn tweede bundel Zwart als kaviaar werd goed onthaald. De losse toon en onnadrukkelijke vorm, de gewone en begrijpelijke onderwerpen, met daaronder het venijn en cynisme. Deze bundel werd bekroond met de Jan Campert-prijs.

In Slordig met geluk dicht Wigman over zijn hartkwaal die hem in 2014 op de Intensive Care deed belanden:

Twee weken in mijn eigen graf gekeken,

Zo diep dat ik het haast begeven had.

Mijn hart was op, mijn borstkas stond op breken,

ik vocht verward, verweesd en afgemat,

een nietig schaakstuk uit de Rubáiyát,

toen worstelde ik me weer naar het leven.’

Geschreven door Marieke op 06-02-2018.