Enige dagen geleden liet het Literatuurmuseum in Den Haag weten dat zij de literaire nalatenschap van Hans Faverey in de collectie krijgen. Een belangrijk oeuvre, volgens het museum, omdat het een mooi tijdsbeeld geeft van de nieuwe richting die de poëzie insloeg. “Na de uitbundige poëtische manifestaties van de Vijftigers, richtte hij alle aandacht op de scheppende kracht van de taal zelf en haar vermogen zich in zichzelf te keren “, aldus het museum.

Faverey was gewend veel versies van zijn gedichten te schrijven of typen, voordat hij tevreden was over het resultaat. Daarom bevat de nalatenschap van duizenden manuscripten en typoscripten naast vele versies van zijn gepubliceerde poëzie ook veel onvoltooide gedichten die zijn werkwijze op intrigerende manier laten zien.

De nalatenschap van dichter en oud-uitgever Theo Sontrop krijgt geen plek in het Literatuurmuseum maar komt op 28 mei voor een deel onder de hamer bij veilinghuis Bubb Kuyper. Voor de geïnteresseerde verzamelaar, biograaf of bibliofiel, de te veilen collectie bestaat uit de boekencollectie van Sontrop, met onder andere brieven, zeldzame eerste drukken, speciale opdrachten en kunst. Bijvoorbeeld de eerste druk van The New York Trilogy van Auster, tekeningen van Mensje van Keulen of Peter Vos, brieven van Geerten Meijsing of van Carmiggelt.

Zo gaat de ene nalatenschap het museum in en raakt de andere verspreid. Wie kan zeggen wat de dichters zelf gewenst zouden hebben?

Geschreven door Marieke op 21-05-2018.