NOOT: Een tijdverdrijf waarin vroeger de betere kringen een buitengewoon behagen schepten, was de hooggestemde conversatie. Vrouwen en mannen, de eersten niet onderdoende voor de laatsten, trachtten elkaar de loef af te steken met een diepzinnige beschouwing, een snedige opmerking, een geestige in- of uitval. Deze producten van de geest deden weldra de ronde in de literaire salons en kwamen niet zelden in een bellettristisch werk terecht.
Een figuur die op dit terrein zijn mannetje moet hebben gestaan, was Anatole France (1844-1924, Nobelprijs 1921), getuige de grootmeesterlijke vorm waarin zijn geschriften de conversatie gieten. Onderstaande tekst is het (gedeeltelijke) slot van zijn vertelling L’Aube, die met andere verhalen in 1892 als feuilleton (!) in een dagblad is verschenen, en later in de bundel L’Étui de nacre.

De jonge weduwe Sophie heeft drie gasten: de burger Marcel Germain, haar aanbidder; haar grijze buurman Franchot de la Cavanne, letterkundige; en dokter Jean Duvernay, de lijfarts van koning Lodewijk XVI. Men schrijft 14 juli 1789. ’s Ochtends is de Bastille, symbool van willekeur en dwingelandij, bestormd en reeds gedeeltelijk ontmanteld, de oude gouverneur is gedood met een pistoolkogel in de borst, de wachten, allen oorlogsinvaliden, zijn zonder vorm van proces opgeknoopt.

Alle vier waren het erover eens dat de vrijheid voor eens en voor altijd gewonnen was. De heer Duvernay zag een nieuwe orde oprijzen en roemde de wijsheid van de wetgevers die door het volk waren gekozen. Maar zijn gedachten bleven kalm en van tijd tot tijd ontstond de indruk dat een zekere ongerustheid zich mengde met zijn verwachtingen. Niet aldus de heer Nicolas Franchot. Hij kondigde de vredelievende triomf van het volk en het tijdperk van de broederschap aan.
Tevergeefs zeiden de geleerde en de jonge vrouw hem: ‘De strijd begint nu eerst, we hebben pas onze eerste overwinning geboekt.’
‘Wij worden geregeerd door de wijsbegeerte,’ antwoordde hij. ‘Welke weldaden zal de rede niet verbreiden onder de mensen die onderworpen zijn aan haar almachtige heerschappij. De gouden eeuwen die zijn bezongen door de dichters, worden werkelijkheid. Alle onheil zal verdwijnen, tegelijk met het fanatisme en de tirannie die het hebben verwekt. Alle soorten geluk zullen het deel worden van de deugdzame, verlichte mens. Wat zeg ik? Geholpen door de natuur- en scheikundigen, zal hij de onsterflijkheid op aarde weten te verwezenlijken.’
Bij deze woorden schudde Sophie haar hoofd.
‘Als u de dood van ons wilt wegnemen,’ zei ze, ‘moet u voor ons een fontein van de eeuwige jeugd vinden. Zonder deze jaagt die onsterflijkheid van u mij angst aan.’
De oude wijsgeer vroeg haar met een lach of de christelijke opstanding haar dan meer zekerheid verschafte. ‘Ik voor mij,’ zei hij, na zijn glas te hebben geledigd, ‘ben bang dat de engelen en de gelukzaligen de voorkeur geven aan het koor der maagden boven dat van de douairières.’
‘Dat weet ik nog no net niet,’ antwoordde de jonge vrouw met trage stem, terwijl zij haar ogen opsloeg ‘ik weet niet welke waarde deze arme, uit leem geboetseerde charmante wezens bezitten in de ogen van de engelen; maar ik geloof dat de goddelijke kracht beter in staat zal zijn de door de tand des tijds aangerichte schade te repareren (als dat tenminste in een dergelijk rustoord nodig is) dan uw natuurkunde en scheikunde in deze wereld tot stand kunnen brengen. U, die een godloochenaar bent, mijnheer Franchot, en die niet gelooft dat God in de hemel heerst, u kunt niets begrijpen van de Revolutie, die de komst van God op aarde betekent.’
Ze stond op. De nacht was gekomen en in de verte zag men vurige sterren boven de grote stad.

De stemmen van de twee grijsaards kwamen dichterbij.
‘God, dat is het Goede,’ zei Duvernay.
‘God, dat is het Slechte,’ zei Franchot, ‘en dat zullen we uitroeien.’
Beiden, alsook Germain, namen afscheid van Sophie.
‘Adieu, heren,’ zei ze tot hen. ‘Laten we roepen: ” Leve de vrijheid en leve de koning!” En u, buurman, belet ons niet te sterven, wanneer we er behoefte aan hebben.’

 

Geschreven door Grijsaard Henk op 18-10-2017.