Boekennieuws.

Nieuws, reportages en achtergronden uit de wereld van het boek

column

Bedankt, Belgische burggraaf!

Door Grijsaard Henk

Waar het hart vol van is, vloeit de inktpot van over, meende Dinges. Ik ben daarom zo vrij nog een column te wijden aan Honoré de Balzac.

Hij was niet alleen een reus van de schone letteren, hij was ook een gigant voor de vertegenwoordigsters van het schone geslacht; waarbij zijn jachtkoorts niet uitging naar dweperige gemakkelijke prooien doch uitsluitend naar markiezinnen en hertoginnen, dames die zich bepaald geen varkensblazen voor lampions lieten verkopen.
Toch was Balzac (1799-1850) allesbehalve moeders mooiste. Hij was plomp gebouwd, neigde reeds vrij jong tot vetzucht en zijn woeste kop leek rechtstreeks op zijn massieve tors gelast. Het waren zijn faam en zijn genie die het hem deden.
In de herfst van 1831 schreef een lezeres (naar het schijnt bij wijze van spelletje) hem een brief onder het pseudoniem L’Étrangère. Om een of andere reden sprong bij hem meteen een vonk over. Al in zijn derde epistel (hij zou De vreemdelinge er in de loop van achttien jaar 414 schrijven) bekende hij haar zijn onblusbare hartstocht. Een sterk stuk! Hij had slechts ontdekt dat zij de Poolse gravin Evelina Hanska was. Voor de rest wist hij niets van haar, bijvoorbeeld dat zij 30 was, getrouwd met een graaf Hanski, maarchalk en grootgrondbezitter, en dat zij zes kinderen ter wereld had gebracht, van wie er vijf zeer jong waren gestorven. Het was hem zelfs onbekend hoe zij er uitzag, hij kende zelfs geen portret van haar.
Na veel vijven en zessen spraken de twee eind januari 1834 af in Genève; bij welke gelegenheid zij geliefden werden. In 1841 overleed Hanski. Balzac wilde op korte termijn met zijn maîtresse trouwen, maar zij had daar geruime tijd geen oren naar; eerst medio maart 1850 verbond een orthodoxe pope hen in de echt in een kerkje op het landgoed van de Hanski’s, in wat tegenwoordig de Oekraïne is en destijds een Poolse provincie was. De schrijver stierf echter reeds een klein half jaar later. Zoals een collega het uitdrukte, was het een zaak ‘van achttien jaar liefde, zestien jaar wachten, twee jaar geluk en zes maanden huwelijk’.
In de loop der jaren is beetje bij beetje duidelijk geworden dat Evelina Hanska niet waarlijk van Balzac hield en ook weinig begrip had van zijn formidabele literaire oeuvre. In Parijs begon zij documenten van haar man te verkwanselen, teneinde rekeningen van naaister en juwelier te kunnen betalen. Gelukkig was er zo iemand als de Belgische vicomte (burggraaf) Charles de Spoerlberch de Lovenjoul (1836-1907). Ook hij werd verteerd door een zinderende passie, maar dan als verzamelaar van geschriften betrekking hebbende op Franse auteurs. Dankzij hem zijn de meeste manuscripten en gecorrigeerde drukproeven van Balzac gered van de door Evelina Hanska in gang gezette diaspora. Helaas heeft ook hij één verzameling niet kunnen redden: de weduwe heeft al haar brieven aan Balzac zorgvuldig uit diens nalatenschap gezeefd en in de open haard verbrand.

Geschreven door Grijsaard Henk op 29-01-2018.

Reacties op "Bedankt, Belgische burggraaf!"