NOOT. Denis Diderot is op 5 oktober 1713 geboren in Langres, een stad in het oosten van Frankrijk, ongeveer 100 km ten noorden van Dijon. Zijn vader was een welvarende messensmid. De jongen volgde het gymnasium van de paters jezuïeten. Hij werd schrijver en filosoof. Overleden te Parijs op 31 juli 1784.

In de ganse beschaafde wereld wordt de naam van Denis Diderot nog altijd met eerbied genoemd. Dat dankt hij goeddeels aan zijn arbeid als hoofdredacteur — met een wisselend gezelschap medewerkers — voor de Encyclopédie, die wel het boegbeeld van de Franse Verlichting wordt genoemd. L’Encyclopédie ou dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers verscheen tussen 1751 en 1772 in 28 delen; Diderot schreef zelf een derde van alle artikelen. De allesbeheersende bedoeling van het werk was naar zijn zeggen de denktrant van de mens te veranderen.

Diderot moet wel bijzondere zorgvuldigheid in acht hebben genomen, anders was de gigantische onderneming natuurlijk alras ter ziele gegaan. Merkwaardig is nu dat hij zich ten opzichte van zijn andere letterkundige scheppingen als een ware sloddervos gedroeg. Soms identificeerde hij zich er niet mee, soms wel, maar verzuimde dan zijn naam als auteur vast te leggen. Nu eens gaf hij een geschrift aan een uitgever, dan weer liet hij kopiisten afschriften vervaardigen, die hij bij passende gelegenheden ten geschenke gaf aan vrienden. Van Le neveu de Rameau schreef hij de eerste bladzijden in 1761; het belandde in een la, hij pakte het eerst 12, vervolgens 17 en tenslotte 21 jaar later weer op.
De Neveu is om twee redenen bijzonder interessant. Diderot hanteerde hier zijn geliefde techniek van de dialoog, in dier voege dat hij een verlopen sujet, een oomzegger van de grote Franse componist Jean-Philippe Rameau, ten tonele voerde plus een filosoof, wiens taak het was de ander gepeperde inzichten (natuurlijk die van de auteur zelf) te ontlokken, bijvoorbeeld over de huichelachtige en verrotte samenleving. Het is een van die werken welke tijdens Diderots leven niet zijn gepubliceerd, doch als kopieën huns weeg zijn gegaan.
En dan was daar het bibliografisch avontuur! Toen Diderot de bruidsschat voor zijn dochter niet bijeen wist te krijgen, bood hij zijn bibliotheek te koop aan. Zijn bewonderaarster Catharina II van Rusland was er als de kippen bij, voor 16.000 pond was zij spekkoper. Zij stipuleerde overigens dat de boeken onder de schrijver mochten blijven en eerst na diens dood bij wijze van erfenis naar Sint-Petersburg gezonden hoefden te worden. Zo is het ook gegaan; de tsarina ontving de boeken en de volledige verzameling manuscripten in 1785.
Nu hing in die tijd aan het Russische hof een Duitse officier rond en deze wist een Neveu-kopie uit Diderots boedel te bemachtigen. Achterover gedrukt? Beloning voor erotische diensten bewezen aan Catharina, die een berucht mannenverslindster was? We weten het niet. De militair, die op zwart zaad zat, trachtte de kopie te verpatsen aan een uitgever in Riga; die zag er geen brood in. Hij bood haar vervolgens aan een landgenoot, ene Schiller, aan. Die wist ook niet wat hij er mee aan moest en schonk haar aan zijn broer Friedrich, inderdaad, de beroemde auteur Friedrich von Schiller.
Nieuw raadsel: waarom heeft deze niet zelf iets met het werk gedaan? Ziek? Moe? Te druk? Bang voor onmin met de censuur? Ook dit weten we niet. Dat een vertaling hem boven de pet ging, kan niet binnen de veronderstelling vallen, want hij had op dit gebied zijn sporen al verdiend (Euripides, Gozzi, Shakespeare, Racine). Gelukkig was hij zo verstandig de Neveu aan zijn vriend Goethe te zenden.
Deze zag meteen dat hij eine Bombe in handen had, een ‘immoreel moreel meesterwerk’, hij vertaalde het in het Duits en liet het uitgeven (Leipzig, 1804). Zo kon het dus gebeuren dat een Franse klassieker voor het eerst in een Duitse vertaling in Duitsland verscheen! De eerste Franse tekst rolde pas in 1821 van de persen, maar het betrof een terugvertaling uit het Duits. Wel kwamen in de laatste decennia van de 19e eeuw enkele Franse edities uit die gebaseerd waren op hier en daar opgedoken afschriften van de Neveu.
Het avontuur vond zijn bekroning in 1891, toen de bibliothecaris van een Frans toneelgezelschap bij een bouquiniste langs de Seine een stapel geschriften uit de nalatenschap van een hertog op de kop tikte en hierin een Neveu-tekst aantrof die hij onmiddellijk herkende als het oorspronkelijke, door Diderot eigenhandig geschreven exemplaar.

De Romeinse dichter zei het al: ‘Het kan raar lopen met een boek.’

Geschreven door Grijsaard Henk op 08-11-2017.