Boekennieuws.

Nieuws, reportages en achtergronden uit de wereld van het boek

column

Het boek van Titia (1)

Door Grijsaard Henk

Eén van mijn boeken wip ik altijd met enige eerbied uit de kast. Dat heeft niets te maken met de inhoud. Hoewel dat eigenlijk best zou kunnen, want het is een wereldberoemde klassieker uit de Franse letterkunde, overal met genot — en vroeger ook wel met rode koontjes — gelezen, het verslag van een zinderende en uiteindelijk fatale hartstocht uit de Rococo, de tijd van hoepelrokken en poederpruiken, kortom: Histoire du chevalier Des Grieux et de Manon Lescaut. De auteur (1697 -1763): Abbé Prévost; hij schreef het in 1731 en breidde het uit in 1753, zich niets aantrekkend van het feit dat een Parijse rechtbank het tot de brandstapel had veroordeeld.
Daar de studie van het Frans niet meer is wat zij geweest is, moet ik misschien uitleggen dat Abbé niet zijn voornaam was (hij heette Antoine), maar duidde op zijn priesterschap. Doch dan ben ik er nog niet: na door de jezuïeten te zijn weggejaagd, werd hij monnik, benedictijn, en diende hij zijn leven te slijten in een abdij volgens de regel van de ordestichter, Sint-Benedictus: Ora et labora, bid en werk. Hij kreeg echter een paar maal dispensatie, om zich op te houden ‘in de wereld’. Daar stond hij natuurlijk bloot aan verzoekingen, vooral die des vleses; waarmee hij korte metten maakte, door eraan toe te geven. Affaires met vrouwen dwongen hem tot duels; geen probleem voor de man wiens handen even vertrouwd waren met de degen als met het brevier. (Hij was ook militair geweest, echter gedeserteerd en naar Holland gevlucht; waar hij een kroeg opende). Minstens twee keer kon een tweegevecht geen uitkomst meer bieden en moest Prévost voor een rivaliserende medeminnaar of een bedrogen echtgenoot het hazenpad kiezen, naar Engeland en wederom naar Holland, waar hij ging samenwonen met een avonturierster).
Mijn ontzag geldt ook niet het uiterlijk van het boek, hoewel dit — ook hier — best pas zou geven. Het is namelijk in november 1911 uitgegeven door het gerenommeerde Leipziger huis Ernst Rowohlt, deels gebonden in kalfsleer, rijk met goud bestempeld en gezet in 13 punts Drugulin van de gelijknamige firma te Maagdenburg, die een enorm bestand aan lettertypes had en gespecialiseerd was in ruim 300 wetenschappelijke werken (vooral haar oud-Griekse en Hebreeuwse alfabets waren vermaard).
Mijn respect wortelt in het ex libris. Dat het in de stijl van Toorop was, sprong in het oog, maar helaas had de ontwerper zo artistiek willen doen dat de achternaam gedeeltelijk en de voornaam helemaal niet te lezen was. Tot ik opeens ontdekte dat stukjes van het kader drie keer de balkjes van de letter T vormden: Titia Gorter.
Wie was zij?
(w v)
NOOT. Voordat ik, in aflevering 2, verder ga over Titia Gorter, zwaai ik even de zeereerwaarde heer Prévost uit. Lange jaren heeft het verhaal de ronde gedaan dat hij eerst is gestorven, toen de lijkschouwer zijn ontleedmes in hem zette voor de obductie. Doch dat blijkt een verzinsel. Prévost is overleden aan een aneurisma.

Geschreven door Grijsaard Henk op 30-12-2017.

Reacties op "Het boek van Titia (1)"