De Engelstaligen dan misschien? Ik denk wel eens dat degenen die zich belangrijker wanen dan een rechte koeienstaart, dit danken aan het feit dat Engels hun moedertaal is. Ga maar na: het is de op één na grootste wereldtaal, liefst 765 miljoen boeren, burgers en buitenlui drukken er zich in uit.
Hoor je hen mompelen: de samenleving kon zoveel overzichtelijker in elkaar zitten, onze planeet kon zoveel welvarender, gezonder, veiliger, gezelliger, zelfs leuker zijn. Het was voldoende dat het Frans zijn decadente wulpsheid afzwoer, het Italiaans zijn effectbejagend bel canto, het Slavisch zijn boerse naamvallen, het Duits zijn blafferigheid en het Nederlands zijn spraakgebrek. Helaas schijnt dit superioriteitsgevoel vooralsnog niet te leiden tot een vuriger omhelzing van de studie der vreemde talen.
In mijn Moskouse jaren trok ik vaak op met Henry Kamm, mijn collega van de New York Times. Hij weigerde mordicus ook slechts één Russisch woord te leren. Een paar maal heb ik hem vriendelijk verweten dat hij een kostbare kans onbenut liet. Maar dat wilde er bij Henry, overigens allesbehalve een geborneerde kerel, niet in: ‘Die Russen hebben maar Engels te leren.’
Een briljant Oostenrijks criticus, die jaren in Londen had gewerkt als cultureel attaché, hoorde ik eens klagen dat zelfs voor veel ontwikkelde Britten de Faust niets ander was dan het libretto voor een opera.
De Duitsers: komt van hen de heiligendag? Zij pakken een onderwerp als boekenlijsten trouw aan hun reputatie terstond kilowissenschaftlich bij de kop, dat wil zeggen: zij gooien er een complete televisiezender tegenaan. Het op deze manier geoogst materiaal laat op zich natuurlijk interessante conclusie toe. Maar Duitsers zijn ook nog altijd gezagsgetrouw; zij kunnen er geen vrede mee hebben dat geen hoge ogen zouden worden gegooid door boeken die door talrijke oppassende burgers als het neusje van de zalm worden beschouwd. Vandaar, vees ik , de prominente klasseringen van de Bijbel, van Ulysses, van Der Mann ohne Eigenschaften. Liggen die ook op het nachtkastje van al deze proponenten?
Ik ben zo driest geweest het onderwerp af te trappen. Ik zou mezelf een slapjanus vinden. als ik niet zou trachten een magisch concept uit mijn mouw te toveren. Wordt vervolgd dus.
(w v)

Geschreven door Grijsaard Henk op 27-05-2018.