Boekennieuws.

Nieuws, reportages en achtergronden uit de wereld van het boek

column

Losse eindjes (2)

Door Grijsaard Henk

Op zaterdag 10 februari jongstleden ontviel mij een dierbare kameraad. We waren ook leesvrienden en, ach, hebben we rijke uren doorgebracht met onze gedachtewisselingen over schrijvers en hun boeken!
Ik zou mijn lezeressen en lezers niet met dit privé verlies aan boord komen, ware het niet, dat Chateaubriand ter zake zo gevoelvolle woorden heeft genoteerd. ‘Men heeft er geen idee van wat een verlaten hart is, als men niet alleen is blijven dwalen door plaatsen waar onlangs nog een persoon woonde die je leven heeft veraangenaamd. Men zoekt deze vrouw of man, doch men treft hen niet meer aan. Zij spreken tot je, ze lachen je toe, ze begeleiden je. Alles wat zij hebben gedragen of aangeraakt, roept hun beeltenis weer op. Tussen hen en jou hangt slechts een doorzichtig gordijn, maar dit is zo zwaar dat je niet bij machte bent het open te schuiven.’
Chateaubriand over aardig zijn. ‘Laten we lief en aardig voor elkaar zijn, indien we betreurd willen worden. Een groot genie en superieure hoedanigheden ontlokken slechts tranen aan de engelen.’
Chateaubriand over schrijven. ‘Ik weet dat de omgang met de schone letteren slechts fijn is, wanneer hij zich afspeelt in het verborgene. Daarbuiten oogst je er slechts onweer mee. Wat er ook van zij, ik heb genoeg geschreven, als mijn naam moet blijven leven; veel te veel, als hij moet sterven.’
Chateaubriand over de medische wetenschap. ‘In juli 1808 werd ik ziek en moest ik terug naar Parijs. De artsen maakten mijn ziekte tot een gevaar voor mijn gezondheid. Volgens het gezegde waren er in de tijd van Hippocrates te weinig doden voor de hel; dankzij de hedendaagse opvolgers is nu sprake van overvloed.’
De minnaar Chateaubriand. In 1802 werd hij de amant van Delphine de Custines. Wat een nummer, deze markiezin! Omdat hij als generaal een nederlaag had geleden, werd haar schoonvader door het drijven van Robespierre tijdens de Terreur van 1793 door een revolutionair tribunaal ter dood veroordeeld en reeds de volgende dag rolde zijn hoofd op het schavot met de guillotine in de mand met zaagsel. Zijn zoon, die hem had verdedigd, onderging hetzelfde lot. Schoondochter Delphine werd gearresteerd en het was opgelegd pandoer dat ook zij met de uitvinding van dokter Guillotin kennis zou maken. Zij was echter niet alleen een adembenemende schoonheid en intelligent, zij was ook gehaaid of, zoals de Fransen zeggen, zij zat niet met twee voeten in één klomp. In de gevangenis begon zij een liefdesaffaire met haar cipier, die, als tegenprestatie, haar dossier steeds naar onderin de stapel verplaatste; tot zij na de val van Robespierre en het einde van het Schrikbewind haar vrijheid herwon.
De markiezin verafgoodde Chateaubriand, zij noemde hem ‘Het genie’. In haar prachtig landgoed nabij Lisieux stichtte zij speciaal voor hem een cercle waar hij de groten van het culturele leven kon ontmoeten.
Bezondig ik mij hier aan een bijdrage voor een roddelblad? Echt niet. Delphine de Custine (zij leefde van 1770 tot 1826) en haar minnaar hebben elkaar vlijtig geschreven en hun brieven zijn niet alleen bewaard gebleven, ze zij ook gepubliceerd; en nog altijd verkrijgbaar.
(w v)

Geschreven door Grijsaard Henk op 15-04-2018.