Petite histoire 1. Het schijnt dat de Schopenhauers Nederlandse wortels hadden. Senior sprak onze taal nog goed, zoon Arthur helemaal niet meer.

Even een nabrander, zoals wij dat bij de Koninklijke Luchtmacht noemden. Veronderstel, zo schrijft Schopenhauer junior, dat u de voogd bent van een knaap met wie wegens zijn eigengereidheid en betweterij geen land te bezeilen is. Probaat tegengif: laat hem de geschriften van Hegel lezen, die zullen hem afstompen , zodat u van de jongen geen last meer hebt.

Petite histoire 2. Aan de rk universiteit van Parijs heb ik ooit enkele colleges over Hegel moeten volgen. Daarvoor draafde een externe professor op. Wij studenten meenden te weten dat Hegel ruim achterhaald was, maar de hooggeleerde redde zich uit het probleem door zich (typisch Frans?) te concentreren op Hegel et l’amour. Ik hoor hem nog aanhalen: Die Liebe hebt die Schranken auf (‘De liefde slecht de barrières’).

Schopenhauer was een groot talenkenner. Vooral Latijnse en Griekse zinnen vloeiden hem soepel uit de pen en, om met Frits van der Meer te spreken, rolden hem als knikkers uit de mond. Ook in een handjevol moderne talen stond hij zijn mannetje; hij had een paar jaar in Engeland en Frankrijk vertoefd en studiereizen door andere Europese landen ondernomen. Ook was hij een van de weinige westerse wijsgeren die de oude Hindoeteksten op zijn nachtkastje had liggen; hij noemde ze ‘het product van de hoogste menselijke wijsheid’ en verdiepte er zich dagelijks in, voordat hij onder zeil ging. In zijn voorwoord tot de eerste druk van Die Welt als Wille und Vorstellung schrijft hij ook dat lezers die ‘de wijding van de oeroude Indische wijsheid’ hebben ontvangen, zijn werken toegankelijker zullen vinden.
Schopenhauer citeert zeer royaal uit zijn vele bronnen. Waarbij enige pedanterie hem niet vreemd is; zo geeft hij de Griekse citaten in hun origineel weer en helpt hij degenen die deze taal niet voldoende hebben bijgehouden, met door hem gemaakte vertalingen… in het Latijn!
Persoonlijk vind ik het intrigerend dat een zo begaafde intellectueel en ware Epochemacher zich in het dagelijkse leven zo hufterig kon gedragen. Eens duwde hij een naaister die hem, vond hij, in de weg stond, ruw tegen de grond. Zij hield er een verminking aan over, kon haar werk niet meer naar behoren doen en spande tegen de filosoof een proces aan. Hij werd veroordeeld haar tot haar dood elk trimester 15 Thaler uit te keren. Dat heeft 20 jaar geduurd. Waarna Schopenhauer in zijn agenda noteerde: Anus obit, onus abit (‘De oude vrouw sterft, de last verdwijnt’).

Ik zei het al: een talenkenner, deze wijsgeer. En nog geestig ook.
(w v)

Geschreven door Grijsaard Henk op 26-02-2018.