Boekennieuws.

Nieuws, reportages en achtergronden uit de wereld van het boek

het boek was beter

Minder formule, meer diepgang

Door Zadok Samson

Het derde seizoen van ‘Sherlock’ is alweer een tijd geleden afgelopen. Ik raakte direct verslaafd aan de serie over deze wereldberoemde speurder. De afleveringen hadden iets weg van spannende, ingenieus in elkaar gezette tv-films. Werkelijk alles was top-notch: het script, de regie en natuurlijk het fantastische acteerwerk van Benedict Cumberbatch als Sherlock Holmes en Martin Freeman als John Watson. Na het derde seizoen bleef ik hongerig en besloot me op de originele verhalen van Arthur Conan Doyle te storten.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: ik vond ze tegenvallen. Ongetwijfeld haal ik me de woede van fans op de hals, maar dat moet dan maar. De eerste verhalen vond ik nog spannend, maar langzaamaan verloor ik mijn interesse. Ik vond het formulewerk worden met als spil een oppervlakkige Sherlock Holmes, die nauwelijks diepgang meekreeg van zijn geestesvader.

Het voornaamste probleem met de verhalen is dat het perspectief steeds maar weer bij John Watson ligt. Tot in het kleinste detail beschrijft hij de zaken die Sherlock voorgeschoteld krijgt, waarna hij uit de doeken doet hoe de meesterspeurder tot de oplossing is gekomen. Natuurlijk is het fascinerend om een kijkje te krijgen in de geest van een man die de kunst van deductie tot in de puntjes beheerst, maar op een gegeven moment gaat dat vervelen. Ik weet dat Sherlock geniaal is, ik weet dat hij zich perfect kan vermommen, ik weet dat hij graag de politie tegen zich in het harnas jaagt, maar daarnaast weet ik eigenlijk vrij weinig over hem. Hij is een einzelgänger, heeft geen behoefte aan gezelschap – John vormt hierbij de grote uitzondering – speelt viool en heeft een zwak voor drugs. En dat is het, eigenlijk.

In de tv-serie is dit duidelijk anders aangepakt. De bekende elementen zijn nog wel behouden, maar hebben een flinke update gekregen. Zo maakt Sherlock gretig gebruik van het internet, is hij verslaafd aan nicotinepleisters en houdt John een blog bij. Maar het belangrijkste is dat Sherlock nu ook zelf een stem krijgt; de kijker krijgt het verhaal nu ook door zijn ogen te zien. Daarbij stellen de makers enkele interessante vragen. Want waar komt Sherlock eigenlijk vandaan? Hoe was zijn jeugd? Heeft hij wel eens relaties gehad? Daar waar de verhalen slechts een tipje van de sluier gaven, neemt de tv-serie het hele gordijn weg. Zijn ouders komen voorbij, hij heeft een broer die in de hoogste regionen van de geheime dienst werkt en hij blijkt als jochie een hondje te hebben gehad. Dit allemaal geeft Sherlock de menselijkheid mee die in de korte verhalen ontbrak.

Wat ook meehelpt, is dat de tv-serie niet vastzit in een format. Elke aflevering is een episode op zich, tot blijkt dat alles naadloos op elkaar aansluit en alles met elkaar te maken heeft.

Een laatste, essentieel verschil zit hem in de relatie tussen Sherlock en John. In de verhalen is John de bewonderende observator, de schrijver die zich continu verbaast over de werkwijze van Sherlocks geest. John lijkt meer op een afstand toe te kijken, terwijl hij in de serie een actievere rol heeft en ze langzaam naar elkaar toe groeien. De twee zijn veel duidelijker vrienden, met als absoluut hoogtepunt de speech van Sherlock tijdens Johns bruiloft. Die scène zie ik niet zo snel terugkomen in de verhalen.

Zonder enige moeite hebben de makers ‘Sherlock’ boven het bronmateriaal uit laten stijgen. Het stof is weggeveegd en toont een tv-serie die zeker zal uitgroeien tot een klassieker. Verplichte tv-kost.

Geschreven door Zadok Samson op 06-02-2014.