“Het dovemansorendieet” (2007), weer zo’n meesterlijk geschrift van Maarten ’t Hart, inspireerde mij tot het, ook in deze rubriek, onder de aandacht brengen van het volgende eenvoudige voedingsadvies dat wetenschappelijk verantwoord is, in begrijpelijke taal is gesteld en mede daardoor de grootste kans maakt ook door het grote publiek ter harte te worden genomen. Dit advies luidt “Eet gevarieerd: van alles genoeg, van niets teveel”. Het advies is zo simpel en helder dat het nauwelijks enige toelichting behoeft. Geen gedram over wat je vooral wel en wat je vooral niet moet eten. Bovendien verschillen de aanbevelingen door deskundigen (en surrogaatdeskundigen) nogal zodat je als consument al gauw de weg kwijt raakt. Waarom is  gevarieerd eten zo belangrijk? Wanneer je gevarieerd eet verhoog je de kans dat je van alle voedingsstoffen die je lijf nodig heeft om gezond te blijven (de nutriënten) voldoende binnenkrijgt (van alles genoeg) terwijl je tegelijkertijd het risico van het consumeren van stoffen die je liever niet binnenkrijgt of niet nodig hebt, evenals dat van het overmatig consumeren van nutriënten, verlaagt (van niets teveel).

Alhoewel Maarten ’t Hart noch voedingskundige, noch toxicoloog is, ben ik onder de indruk van zijn kennis van zaken. Als altijd onderbouwt hij zijn opvattingen met gegevens uit de literatuur, wijst op zijn bekende ludieke wijze op tegenstrijdigheden en illustreert zijn stellingen met heldere voorbeelden. Zonder aanziens des persoons stelt hij aan de kaak dat aanbevelingen soms als revolutionair worden gebracht maar in feite “oude koek” zijn. Bovendien veegt hij de vloer aan met auteurs die hetzelfde verhaal overgieten met een ander sausje en het opnieuw serveren in een volgend boek. In zijn hoofdstuk over getallenterreur zegt hij rake dingen maar ik wil daar toch tegenover stellen “meten is weten”. Boven de vijftig zo nu en dan je bloeddruk en je bloedcholesterolgehalte laten meten en vervolgens je oor te luisteren leggen bij je huisarts, kan je een hoop onheil besparen.

Wat je volgens ’t Hart dient te mijden, onderschrijf ik. Maar ik heb moeite met zijn aanbevolen producten. Wat kan de gemiddelde (de “gewone”!) Nederlander met “rode en witte quinoa, teff, amarant, elke dag een handje amandelen, elke dag een handje gepelde pompoenpitten, eetbare wieren, eetbare algen, Hüttenkäse, elke dag een paar gedroogde abrikozen, liefst de ongelofelijk zure Australische soorten”? Ik hou het simpel ”Eet gevarieerd” met als toevoeging “Niet teveel, te vet, te zout, te zoet, en wees matig met alcohol”.

Hoe het ook zij, “Het dovemansorendieet” heb ik met genoegen gelezen. Maarten ’t Hart blijft voor mij een fenomeen.

De boekenhobbyist uit Utrecht

 

 

 

Geschreven door internetcolumnist op 04-12-2017.