Boekennieuws.

Nieuws, reportages en achtergronden uit de wereld van het boek

interview

Ongewenste cadeaus bestaan niet

Door Ruben Molenaar

Op bezoek bij het Koninklijk Huisarchief

Je kunt nog zo’n mooie verzameling hebben, het is moeilijk om de koninklijke familie te evenaren. Naast je relatieve gebrek aan liquide middelen geniet je ook nog eens niet de adoratie van het volk, beide factoren die de collectie in het Koninklijk Huisarchief zo groot maken. Bibliothecaris Harm Robaard vertelt over de bibliotheek van het Archief.

Al dertig jaar verzorgt Robaard de bibliotheek van het Koninklijk Huisarchief. Daarvoor werkte hij vier jaar in de bibliotheek bij het Ministerie van Economische Zaken. ‘Toen ben ik gaan kijken naar iets anders, heb ik hier en daar gesolliciteerd. Uiteindelijk kreeg ik een telefoontje van het Paleis of ik er iets voor voelde bij het Koninklijk Huisarchief te komen werken. Ik ben eerst even komen kijken, maar het leek me al snel een fijne baan. Sindsdien ben ik blijven plakken.’

 Het Archief bestaat uit vier delen. Zo is er het archief in de zin van geschreven stukken, bewaarde correspondentie en dergelijke. Maar er zijn ook een afdeling voor kunst en een afdeling voor documentaire verzamelingen, zoals fotoalbums. En in de bibliotheek worden logischerwijs alle boeken bewaard.

‘Ik werk dus in de Bibliotheek. Ik heb één collega die drie dagen in de week werkt, zelf werk ik er vier. De bibliotheek bevat boeken, tijdschriften, dvd’s, cd’s, enzovoorts. Veel mensen bieden de Koninklijke Familie boeken en dergelijke geschenken aan dus de collectie is heel divers. Zo krijgen we dikwijls een dvd met opnames van het bezoek van de Koningin aan een deel van het land.’

 KHA1

Eisen en beleid

Een collectie die voor een groot deel bestaat uit geschenken. Als iedere enthousiasteling met een camera iets aan kan bieden is het alleen maar logisch als er eisen worden gesteld, in plaats van dat alles lukraak in het Archief wordt opgenomen. Toch valt het wel mee: ‘In principe nemen we heel veel op in de collectie, we zijn erg terughoudend in het weigeren van materiaal. We nemen natuurlijk niet alles op, het moet wel enige inhoud hebben. Maar als het toegestuurd wordt of op een andere manier in de collectie terechtkomt weerspiegelt dat wel een beetje de relatie tussen de Koninklijke Familie en Nederlanders. Dus heel veel wordt hier opgenomen om te laten zien wat een koningin zoal krijgt. Zo geven mensen vaak boeken om hun aanhankelijkheid te tonen of om te laten zien waar ze mee bezig zijn.

Wat dat betreft is dit wel een vreemde verzameling. De meeste bibliotheken hebben een heel duidelijk collectiebeleid. Of dan de Koninklijke Bibliotheek, die op alle mogelijke terreinen een uitgebreide collectie probeert op te bouwen. Bij ons is het in feite heel onevenwichtig. Als de Koningin een congres van tandheelkundigen aandoet kan ze zomaar een boek over tandheelkunde krijgen, en dat komt dan hier terecht. We hebben zo ook veel boeken over verschillende plaatsen, vanwege de vele bezoeken die de Koningin in het land aflegt. Maar naast wat we van buitenaf ontvangen hebben we wel een gericht collectiebeleid als we zelf spullen aanschaffen. We verzamelen grotendeels Nederlandse geschiedenis, met name wat verschijnt op het gebied van Oranje. Daarnaast is kunstgeschiedenis een belangrijk onderdeel van de collectie, omdat we een achtergrondcollectie voor de kunstafdeling van het Archief willen bieden. Maar dus ook genealogie, wapenkunde, onderscheidingen, penningkunde, dat soort dingen. We krijgen veel vragen op die gebieden, dus hebben we er boeken over.

We stoten ook wel eens stukken af, maar dat gebeurt eigenlijk alleen uit praktische overwegingen. Stukken over militaire geschiedenis horen bijvoorbeeld eerder thuis in het Legermuseum, daar worden ze vaker geraadpleegd dan bij ons. We hebben nog wel een enorme collectie op de gebieden van recht en godsdienst, onder andere omdat koningin Wilhelmina daar belangstelling voor had. Als de Oranjes belangstelling hebben voor een bepaald onderwerp weten mensen dat vaak wel. Prins Bernhard kreeg veel op het gebied van natuur, koningin Beatrix op het gebied van kunst, prins Willem Alexander op het gebied waterbeheer. Je kunt aan de ontwikkeling van de collectie ook heel goed de geschiedenis van staatshoofden afzien, dat is wel bijzonder.’

Cadeautje van Churchill

De collectie telt ongeveer 75.000 banden, waaronder 55.000 verschillende titels. Naast de grote hoeveelheid door het volk geschonken stukken kent de verzameling natuurlijk ook waardevolle zeldzaamheden. ‘Een absoluut topstuk is een geschenk dat koning Willem II heeft gekregen toen hij op bezoek was in Cuijk, bij het Sint-Agathaklooster. Koning Willem II heeft de Rooms-katholieke Kerk meer vrijheid gegeven in Nederland en had veel belangstelling voor verschillende godsdienstige stromingen. Als dank voor zijn inzet voor de Rooms-katholieken kreeg hij uit het klooster één van hun middeleeuwse manuscripten cadeau. Daarin staan 25 prachtige miniaturen, dat is écht een topstuk. Wordt veel voor tentoonstellingen uitgeleend. We hebben ook heel veel boeken die voorzien zijn van een speciale boekband. Dat kwam vroeger nog wel eens voor, dat er een speciale band om een boek heen gezet werd. In de negentiende eeuw werden boeken vaak ongebonden verkocht, dan moesten mensen zelf een band regelen.

We hebben ook boeken waarin een opdracht geschreven staat, dat is ook heel bijzonder. Zo hebben we opdrachten van Koningin Victoria, Churchill, Reagan, Heinrich Schliemann (de archeoloog die Troje opgegraven heeft), Florence Nightingale, Maarten ’t Hart, Jan Wolkers, enzovoorts, enzovoorts.

Een andere speciale collectie hier is de bibliotheek van Lodewijk Napoleon, die koning van Holland was. Toen hij in 1810 aftrad is in het Koninklijk Paleis te Amsterdam zijn collectie aan boeken achtergebleven. Daarvan hebben we een gedeelte hier in huis. Die zijn voor het grootste deel identiek ingebonden met zijn wapen op de band.

We hebben ook een collectie bladmuziek, zo’n 6000 stuks. Dat zijn zowel gedrukte werken als manuscripten. Meestal zijn deze niet van heel bekende componisten, want er zijn ook veel mensen die zelf iets maken en aan het staatshoofd aanbieden ter gelegenheid van een huwelijk of een regeringsjubileum of iets dergelijks. Maar er zijn ook beslist bekende componisten bij: Händel, Mozart, Schubert, Beethoven… maar dat zijn niet de documenten van eigen hand. Die zijn door mensen gekopieerd, al komen ze wel uit die tijd. Musici komen hier nog steeds wel eens kijken of ze iets kunnen vinden om zelf uit te voeren.’

Welke vrije tijd?

Om zo’n collectie onder je hoede te hebben is voor veel bibliofielen een droom. Robaard blijft echter aardig nuchter: ‘Het voelt in het begin zeker bijzonder, maar het went vrij snel. Het werk is niet heel anders dan in een normale bibliotheek, er wordt alleen minder gebruik gemaakt van de werken die we verzameld hebben. Het is een toegankelijke privécollectie. In principe kan iedereen er gebruik van maken, maar als mensen hetzelfde boek in een normale bibliotheek kunnen halen raden we ze dat wel aan. Om hier een boek te lenen moet je eerst langs de Marechaussee, en dat is toch weer een drempel. Het is wel een hele veilige bibliotheek, natuurlijk!’, lacht hij.

Die Marechaussee is natuurlijk een drempel waar het toegankelijkheid betreft, maar die is vrij makkelijk te overkomen. Volgens Robaard is er een andere reden dat mensen niet vaak bij het Archief lenen:...

Bij ons is het in feite heel onevenwichtig. Als de Koningin een congres van tandheelkundigen aandoet kan ze zomaar een boek over tandheelkunde krijgen, en dat komt dan hier terecht.

‘Heel veel mensen weten simpelweg niet dat je boeken kunt raadplegen bij het Koninklijk Huisarchief. Er zitten natuurlijk twee kanten aan meer bewustzijn: aan de ene kant zouden we het met twee medewerkers niet aan kunnen als er opeens veel meer mensen zouden komen, maar aan de andere kant is het ook zonde als de collectie hier maar staat en geen gebruik ziet. Er zal wel een gulden middenweg zijn.’

De bibliothecaris wordt door het publiek vaak beschouwd als kennisbewaarder. Als hij niet bezig is met zijn taken, leest hij er ijverig op los. Nu is dat natuurlijk geen straf als je zo’n collectie tot je beschikking hebt. Je zou je vrije uurtjes niet eens meer naar buiten gaan als je jezelf ook binnen kunt opsluiten met een boek van de koningin.

‘Dat zou je denken, maar vrije tijd komt hier eigenlijk niet voor! Met twee mensen is zo’n grote collectie moeilijk te bemannen dus we komen nauwelijks toe aan heel veel dingen die we graag zouden doen. We moeten invoeren wat er binnenkomt, vragen beantwoorden, werken aan tentoonstellingen… eigenlijk zijn we daar constant mee bezig. We hebben de hele collectie op de pc staan, dus we kunnen alles raadplegen. Maar lang niet alle beschrijvingen zijn ideaal. We zijn in 1992 begonnen met automatiseren dus alles wat sinds dat jaar is binnengekomen is opgenomen in het bestand. Een paar jaar later hebben we een extern bureau gevraagd de oudere cataloguskaartjes over te typen, maar die beschrijvingen zijn erg summier. Dat moeten we achteraf dus aanvullen en dat is zoveel werk, het gaat heel geleidelijk. Lang niet ideaal. En onderwijl blijft er maar nieuw materiaal binnenkomen. Je bent eigenlijk altijd bezig de catalogus aan te vullen.

Dus van vrije tijd is eigenlijk geen sprake. Mensen denken dat je als bibliothecaris veel leest, maar helaas lees ik maar weinig privé. Je hebt zo af en toe wel bijzondere boeken in je handen, maar veel boeken zou je ook zo in de boekwinkel of in een andere bibliotheek vinden. Maar ik zie wel eens interessante boeken langskomen, en ik neem wel eens wat mee naar huis om daar te raadplegen. Ik was een paar jaar geleden op vakantie in Indonesië. Ik kijk nog wel eens naar de foto’s, en dan kan ik er een reisgids uit het Archief naast leggen om te zien waar ik welke foto ook alweer gemaakt heb.’

Geen vakantielectuur

‘Als de Koningin een boek wil lenen laat ze dat via het secretariaat weten, dan sturen wij het naar het paleis. Ze komt hier wel eens, maar dat is dan altijd met een gerichte vraag, niet voor recreatieve doeleinden. Maar dat is dan zelden voor de bibliotheek, en eerder voor de andere afdelingen van het Archief. De Koninklijke Familie heeft natuurlijk zelf in de paleizen ook een grote collectie boeken, dus voor een vakantieboek komen ze hier niet langs.

Nee, het vaakst zien we hier onderzoekers. Zo zijn er op het ogenblik drie mensen bezig met drie biografieën over koningen Willem I, Willem II en Willem III. Hierover hebben wij werken die je niet zo snel ergens anders vindt.

Ik krijg ook veel telefonische vragen en vragen per mail voor onderzoeksdoeleinden. Omdat wij hier een uitgebreide collectie hebben op het gebied van Oranje komen we een heel eind met het beantwoorden van die vragen. Mensen komen ook vaak met genealogische vragen, over de stamboom van Oranje. Ik heb nu bijvoorbeeld een vraag liggen over een dochter van Prins Willem van Oranje, Louise Juliana. De bronnen spreken elkaar tegen over waar ze nu precies geboren is: Dordrecht of Delft? De vraag is dus of wij uit oudere boeken uit die tijd kunnen opmaken wat de waarheid is. Maar die bronnen spreken elkaar ook tegen, dus het is niet helemaal duidelijk. Dat kan natuurlijk ook gebeuren.’

Voor zo’n bijzondere kenniskluis is het natuurlijk geen ondenkbaar scenario: de dief die besluit direct voor het grote geld te gaan en dus op de adel mikt. ‘Nee, daar zijn we niet echt bang voor. Het komt wel eens voor dat uitgeleende boeken zoek raken, maar we hebben gelukkig nog nooit met diefstal te maken gehad. Soms moeten we rappelleren, soms horen we “Dat boek heb ik nooit gehad!” Problemen die iedere bibliotheek heeft, dus. We nemen ook geen bijzondere maatregelen omdat we het Koninklijk Huisarchief zijn, we lossen zulke problemen op dezelfde manier op als iedere andere bibliotheek.

En we lenen natuurlijk niet alles uit. De boeken over de Oranjes moeten altijd raadpleegbaar zijn, dus die blijven hier. De boeken met bijzondere banden of opdrachten lenen we ook niet uit, evenals de kwetsbare exemplaren, hele oude werken bijvoorbeeld.’

Logisch ook, want het is een blijft een privécollectie. Er zit vaak een verhaal achter de werken die niet worden uitgeleend, een goede reden. ‘Het Koningin Beatrix Woud in Israël is een boek dat speciaal voor de Koningin gemaakt is, met daarin een lijst van alle mensen die een bijdrage geleverd hebben aan het woud. Het werd in 1987 aangeboden door het Joods Nationaal Fonds, dat de bossen heeft aangelegd. Er is een speciale band voor gemaakt die uitgeklapt een menora en bomen met een oranje lint eromheen toont.

We hebben hier ook de kinderboeken van Wilhelmina, een grote collectie jeugdboeken. Daarin staat vaak geschreven wanneer ze het gelezen heeft: de datum waarop ze begon met lezen en de datum waarop ze het uitlas. Behalve de gewone kinderboeken in het Nederlands, Frans, Engels en Duits hebben we ook de leerboeken. De rekenboeken en taalboeken zijn ook bewaard gebleven.’

Ruimtegebrek?

Zo’n immer groeiende collectie past op een gegeven moment natuurlijk niet meer binnen vier

stenen wanden. Maar als je Archief in hartje Den Haag staat, in welke richting wil je dan uitbreiden? ‘We hadden eerst een enorm ruimtegebrek. Het gebouw is hier in 1896 neergezet, speciaal om de collecties een eigen gebouw te geven. Over de loop van honderd jaar worden die collecties alleen maar groter en uiteindelijk barstte het Archief toch wel uit zijn voegen. Toen hebben we in 1996 nieuwe depots gebouwd, onder de grond. Nu hebben we dus weer meer ruimte, maar die loopt ook al snel vol. Er komt in rap tempo veel nieuw materiaal bij.

Bij staatsbezoeken worden vaak boeken aangeboden, en buitenlanders vinden het ook leuk om boeken gewoon te geven. Maar niet alle boeken zal men zelf even interessant vinden. De hoeveelheid is ook dusdanig groot dat niet alles te lezen valt, maar het blijft ook een kwestie van smaak. Het gaat bij het aanbieden van boeken dan ook vooral om het gebaar. De koningin krijgt wel alle boeken onder ogen, en als ze iets buitengewoon interessant vindt houdt ze het op Huis ten Bosch.

Op de vraag of er wel eens boeken gegeven worden die de Koninklijke Familie echt niet wil hebben, reageert Robaard: ‘Er zullen beslist cadeaus zijn waarvan men denkt: “Leuk, maar ja, wat ik er mee moet…” Maar het wordt wel altijd gewaardeerd. De Koninklijke Familie wil ook graag dat alles bewaard wordt, al is het alleen maar omdat mensen de moeite gedaan hebben om iets aan te bieden. Ik denk niet dat er echt ongewenste cadeaus bestaan.’

Geschreven door Ruben Molenaar op 23-01-2013.