Boekennieuws.

Nieuws, reportages en achtergronden uit de wereld van het boek

interview

Oude boeken als materiaal voor geschiedeniscursussen

Door Pim Wiersinga

In gesprek met Chris Hoekstra van Tastbare Tijden

In het Groningse biedt de historicus Chris Hoekstra – die daartoe de stichting Tastbare Tijden oprichtte – cursussen aan over uiteenlopende geschiedkundige onderwerpen. Hij is ervan overtuigd dat je de geschiedenis het beste tot leven kunt brengen aan de hand van concrete sporen, van voorwerpen die je aan kunt raken – en van oude boeken.

Opmerkelijk voor iemand met deze benadering dat hij zich aansluit bij de befaamde historicus Johan Huizinga, die het vak ooit als volgt definieerde: “Geschiedenis is de geestelijke vorm, waarin een cultuur zich rekenschap geeft van het verleden.” Bij iemand die waarde hecht aan de materiële sporen uit het verleden zou je dit niet dadelijk verwachten.

Volgens Hoekstra omvat Huizinga’s definitie twee belangrijke termen – ‘cultuur’ en ‘zich rekenschap geven’. Door de term ‘cultuur’ te hanteren kan de historicus zijn onderzoeksgebied in een kader plaatsen. En dat de term ‘zich rekenschap geven’ centraal staat bij Huizinga, brengt met zich mee dat het verleden niet zozeer iets met ons ‘doet’ als wel ons onderzoek ‘ondergaat’: “De huidige generatie bepaalt wat belangrijk is in de geschiedschrijving.”

 

Tijdvakken, breekpunten

De cursussen die Hoekstra aanbiedt, dragen titels als De 18e eeuw van de verlichting en revoluties en De middeleeuwen, reset. Maar als de geschiedenis niet vaststaat, kun je die dan nog in tijdvakken verdelen? Hoekstra is daar pragmatisch in. “Om de geschiedenis voor leerlingen in het middelbaar een beetje behapbaar te houden spreekt onderwijscommissie De Rooy over tien tijdvakken en 50 kenmerkende aspecten. De leerling op de middelbare school moet de 10 tijdvakken en daarbij behorende kenmerken kennen. Ik borduur hier op door. Je moet structuur aanbrengen.”

En met die gedachte blijft Hoekstra zijn inspirator Huizinga trouw. Tijdperken hebben niet bestaan zoals kerktorens, nachtspiegels of almanakken hebben bestaan. De periodisering is een hulpmiddel voor de onderzoeker die zich rekenschap geeft. Bovendien, als elke generatie dat steeds opnieuw doet, zal een bepaalde kijk op de geschiedenis vaak een correctie of aanvulling zijn op het geschiedbeeld van eerdere generaties. Niet voor niets betitelt Hoekstra de 18e eeuw in zijn cursusaanbod als een eeuw van revoluties, terwijl deze periode vroeger – althans in Nederland – te boek stond als een nogal suffe tijd, waarin een Jan Salie-geest zou hebben geheerst.

Dit neemt niet weg dat er een gevaar kleeft aan het gebruik van tijdvakken. Als voorbeeld neemt Hoekstra de afbakening van de middeleeuwen. “Ik vind het verdedigbaar om de middeleeuwen voor Nederland rond het jaar 500 te laten beginnen. Ik gebruik zelfs de term ‘reset’ – opnieuw starten. De Romeinse machts- en cultuurinvloeden waren verdwenen. Hiervoor in de plaats kwamen wat uiteindelijk de Saksische, Friese en Frankische cultuurgebieden zijn geworden. Het is een nieuwe start. Hierbij voegt zich dan later de grote invloed van de kerk… maar inderdaad, er worden vaak breekpunten verondersteld waar ze niet zijn. Vanuit Europees perspectief kun je je afvragen of er daadwerkelijk sprake is van een breekpunt rond 500. De Hagia Sophia in Istanboel is gebouwd...

Eén verandering waar Hoekstra 'slachtoffer' van werd, is dat hij in de ban raakte van antiquarische boeken

in de jaren dertig van de 6de eeuw en het Byzantijnse Rijk beleefde onder Keizer Justinianus zelfs een bloeiperiode. Dus waar is dan het breekpunt?’

Toch wil Hoekstra de uitvinding van de boekdrukkunst – aan het einde van die middeleeuwen – wel degelijk als breekpunt aanmerken.. ‘De stroomversnelling in de verbreiding van ideeën moet enorm zijn geweest.’

 

Het verleden begrijpen

Hoekstra kent grote waarde toe aan boeken en andere tastbare sporen uit het verleden: “Een historicus wil het verleden begrijpen. Daaronder valt ook de behoefte om het verleden te voelen. Zie het als contact maken.”

Op dat moment komen de oude voorwerpen en boeken in beeld.. “Veel boeken en gravures zijn vaak kunstwerken op zichzelf,” zegt Chris Hoekstra geestdriftig. “Voor een redelijk bedrag kun je een waar kunstwerk uit de 17de of 18de eeuw in huis halen. Essentieel is voor mij de samenhang is tussen tekst, boek en gravures. Zo nu en dan pak je het kunstwerk uit de kast en gaat het bekijken. Je merkt dan dat de blik op het kunstwerk verandert, omdat je zelf bent veranderd.”

Eén verandering waar Hoekstra ‘slachtoffer’ van werd, is dat hij in de ban raakte van antiquarische boeken. “Bij de voorbereiding van mijn project en het verzamelen van lesmateriaal kwam ik erachter dat oud drukwerk relatief betaalbaar is. Dus deze extra kans om de geschiedenis tot leven te brengen laat ik niet lopen. En uiteindelijk kregen oude boeken vat op mij – het ging verder dan lesmateriaal. Terwijl ze dat toch zijn, in het kader van Tastbare Tijden. Ik moet niet al te raar gaan doen en speciale boeken te veel als kunstvoorwerpen behandelen… En toch zou ik ze soms het liefst voor mijzelf houden en wegstoppen in een kast! Nee. Ik wil juist dat iedereen ze kan beetpakken. “

Het antiquarische virus mag dus niet de overhand krijgen op de passie voor de geschiedenis zelf, die Hoekstra graag in tastbare vorm overbrengt op cursisten: “Het voordeel van boeken en kleine  voorwerpen is dat ze gemakkelijk vervoerd kunnen worden. Ik kan op verzoek overal cursus geven. Ik heb zelfs bijeenkomsten gehad in eeuwenoude boerderijen: gezien mijn lesmethode de ideale omgeving… ja, ik geloof da sommige landschappen het verleden ook tot leven roepen. Als je in Toscane bent geweest, begrijp je wat ik bedoel.”

Oude boeken, periodieken enzovoort hebben nog een belangrijker voordeel boven voorwerpen van hout of steen. Hoekstra vertelt: “In een boek of tijdschrift kun je ronddolen en de dingen in je opnemen die je zelf belangrijk vindtchrishoekstra. Bij een ander voorwerp ben je eerder aangewezen op een voorgekauwde uitleg… Zo hoop ik dat de cursisten van Tastbare Tijden zelf eens een oud boek kopen en het zo nu en dan doorbladeren om zo steeds nieuwe dingen te ontdekken over mensen die in het verleden hebben geleefd. Misschien dat ze zich zelfs een beetje kunnen inleven in die mensen.”

 

Geschreven door Pim Wiersinga op 11-03-2013.