Boekennieuws.

Nieuws, reportages en achtergronden uit de wereld van het boek

interview

“Pareltjes, die ontmoetingen met de dichters”

Door Pim Wiersinga

Thuis in Poëziecentrum Nederland

Bij het Poëziecentrum Nederland ben je als dichter of dichtminnend mens meteen thuis en dit geldt ook voor wie de pittoreske locatie in Boekenstad Bredervoort digitaal bezoekt: Wim van Til, dichter en drijvende kracht achter dit lustoord, weigert de webstek op te tuigen met gangbare termen als home en links; zijn voorkeur gaat uit naar ‘Thuis’ en ‘Verbindingen’. Op 23 februari zal dichter Ingmar Heytze hier te gast zijn.

Het hart van het poëziecentrum is de imposante collectie; die vormt het startpunt voor bijna alle andere activiteiten. Voor Ontmoet de dichter, “tafelgesprekken” met maandelijks een dichter als speciale gast, is de poëziecollectie onmisbaar bij de voorbereiding op zo’n gesprek.

Niet alleen de bundels zijn cruciaal: dat geldt zeker ook voor het knipselarchief en de bijdragen van recensenten in tijdschriften en essays. Bij een andere activiteit,  het Poëzielaboratorium, is de collectie het terrein bij uitstek om in te grasduinen; aan liefhebbers biedt ze het overzicht van een dichter.

“Er is met de collectie nog zoveel meer te doen dan nu al gebeurt,” mijmert Wim van Til hardop. “Denk maar aan vergelijkend onderzoek, variantenonderzoek, of onderzoek naar de ontwikkelingsgeschiedenis van de dichter.”

foto Wim + Kira

Bloemlezingen

De collectie is ook de broedplek van menige bloemlezing. Nog voordat het Poëziecentrum Nederland (PcN) officieel was opgericht (in 2000) zocht Victor Vroomkoning naar gedichten voor zijn bloemlezing funeraire poëzie (1995: Een zucht als vluchtig eerbetoon, samengesteld met Jos Versteegen); ook Chrétien Breukers heeft hier uren doorgebracht voor zijn Dikke Breukers (2006: 25 jaar Nederlandstalige poëzie 1980-2005 in 666 en een stuk of wat gedichten).

“En verder hebben wij diverse particulieren te gast die op thema gedichten zochten,” vertelt Wwim van Til. “Er is ter plekke onderzoek gedaan naar dichters als Bernlef, Maurice Gilliams, Gerrit Kouwenaar, Lucebert, M. Vasalis. Cursussen en workshops vinden hier hun voorbeeldmateriaal. En, ook niet onbelangrijk: het PcN is de entourage voor een uitermate prettige werkomgeving.”

Op welke manier is de plaats Bredevoort een geschikte voedingsbodem voor landelijke poëzie-initiatieven?

“Toen het Poëziecentrum in 2005 verhuisde van Geffen (Noord-Brabant) naar Boekenstad Bredevoort leek het in een warm bad terecht te komen: er zijn hier meer dan 25 antiquariaten, druk bezochte boekenmarkten en diverse andere activiteiten. Helaas heeft het PcN hier weinig van kunnen profiteren, omdat Bredevoort Boekenstad toen al in een recessie was beland. We hebben wel geprobeerd om dat tij te keren, doen dat nog steeds, maar het vergt wel erg veel energie. We zijn er begonnen met Ontmoet de dichter Op 23 februari “draaien” we de 56ste editie en de belangstelling groeit nog, gelukkig. En we hebben meer initiatieven ontplooid, zoals de Poëziebrigade die (basis)scholen “overvalt” en beoordeelt op hun poëziegehalte, het Poëzielaboratorium waarin liefhebbers onder begeleiding kunnen grasduinen in de collectie, en een groot aantal cursussen gedichten schrijven en creatief schrijven. We zijn een Poëziewinkel begonnen en hebben onder andere de poëzieproducten van stichting Plint geïntroduceerd. Het zijn geen landelijke initiatieven, maar dat hoeft ook nog niet. Er gebeurt landelijk al zoveel. Het Poëziecentrum Nederland wil juist op ongedachte plekken aandacht voor poëzie.”

Op 23 februari treedt...

Er gebeurt landelijk al zoveel. Het Poëziecentrum Nederland wil juist op ongedachte plekken aandacht voor poëzie

Ingmar Heytze op. Kunt u beschrijven hoe zo’n keuze tot stand komt; wat de verwachtingen zijn?

“Ik heb een lijst met namen van dichters die ik interessant genoeg vind voor een tafelgesprek van 2,5 uur en die ook financieel bereikbaar zijn voor het Poëziecentrum. We moeten het doen met particulier geld (van de Vrienden van het Poëziecentrum en van mijn eigen portemonnee; en van een opsteker zoals onlangs de Gelderse Pauwenveer); en niet te vergeten de sponsoring van Gerrit Westerveld, die voor elke Ontmoet de dichter … een poëzieprent maakt. Meestal benader ik de dichters met het verzoek of ze een keer willen komen. Ingmar stond al lang en hoog op de lijst; toen ik hem meldde dat alle andere leden van het Utrechts Dichtersgilde waarvan hij deel uitmaakt, al in het PcN geweest waren (3 als dichter van de maand, Alexis de Roode als bloemlezer op zoek naar hekeldichten), kon hij natuurlijk niet achterblijven. Zo overwint hij zijn reisangst en landt hij dus de 23ste in Bredevoort.”

Met ingang van 2012 (en met terugwerkende kracht tot 1 januari van dat jaar) heeft de Belastingdienst aan het Poëziecentrum Nederland de status van ANBI (Algemeen Nut Beogende Instelling) toegekend. Welke wensen worden hierdoor (eerder) werkelijkheid?

“Natuurlijk verandert er niet wezenlijk iets door die status, in ieder geval niet direct. Wat wel het geval is, is dat de Vrienden van het Poëziecentrum (dat zijn er op dit moment net wat meer dan 80) hun vriendenbijdrage, hun donatie kunnen verrekenen met de inkomstenbelasting. In hoever dat voor hen gunstig is, kan ik niet overzien. Het gaat ook niet om grote bedragen, de meesten zijn Vriend voor 25 euro per jaar. Het is wel zo, dat we op termijn wel zouden kunnen profiteren van die regeling als iemand die de poëzie in het algemeen en het Poëziecentrum in het bijzonder een warm hart toedraagt ons zou legateren. We gaan daar te zijner tijd campagne voor voeren; eerst moeten we nog ontdekken op welke manier wij er het meest van kunnen profiteren. Inmiddels zijn er al Vrienden van het Poëziecentrum die hun bijdrage eenmalig hebben verhoogd.”

poeziecentrum nederland 042

 

Wilt u kort nog iets kwijt over het optreden van Gerry van der Linden als ‘wintermuze’ in januari?

“Het was een goed bezochte bijeenkomst. In 2006 begonnen we met 5 à 6 liefhebbers – een keer waren het er slechts drie! Langzaamaan is dat gegroeid naar rond de 15 tijdens de bijeenkomsten in 2012. Bij Gerry van der Linden hadden de meesten van de 14 mensen die aanzaten niet van haar gehoord. Door haar openhartige benadering en de dialoog die ontstond met het publiek – en door haar voordracht – werd het opnieuw een gedenkwaardige middag. Ik zeg het zelf: het zijn pareltjes, die ontmoetingen met de dichters.” 

Bevrucht het PcN uw eigen dichterschap of staan deze zaken volkomen los van elkaar?

“Nee, die twee staan los van elkaar. Het PcN helpt wel om onder de invloed van poëzie te blijven. En dat is geruststellend; als dichter stel ik me bescheiden op.”

 

Geschreven door Pim Wiersinga op 14-02-2013.