Lastig te zeggen of zijn boeken nu voor kinderen of voor volwassenen zijn bedoeld. In zijn werken zijn het dieren die de hoofdrol spelen en in merkwaardige situaties terechtkomen. Gaat het de ene keer om een verjaardagsfeest, de andere keer komen existentiële vraagstukken aan de orde. Toon Tellegen, ooit werkzaam als huisarts in Kenia, is een schrijver die weet hoe de pen gehanteerd moet worden. En dan is hij deze week ook nog eens jarig.

Geboren in Brielle op 18 november 1941, vond Toon Tellegen aanvankelijk een geheel andere passie die niets met de pen van doen had: medicijnen. Na het gymnasium en een studie in Amerika, besloot hij zich in Utrecht op de medicijnen te storten. Daarna werkte hij in Kenia, om vervolgens toch maar weer naar Nederland terug te keren. Hier trouwde hij en kreeg twee kinderen. De dierenverhaaltjes die hij aan zijn kinderen vertelde voor het slapengaan, stonden aan de basis van zijn latere faam.

In 1984 verscheen zijn eerste boek, getiteld Er ging geen dag voorbij: negenenveertig verhalen over de eekhoorn en andere dieren. Hoewel het officieel een kinderboek is, zijn volwassen lezers eveneens gecharmeerd van de verhalen. Het absurdisme dat de wereld van Tellegen kenmerkt maakt dat de verhalen toegankelijk zijn voor een breed publiek. De filosofische toon zorgt voor diepere lagen in de verder meestal simpele avonturen die de dieren beleven. De hoofdrollen zijn voornamelijk weggelegd voor de eekhoorn en de mier.

Voor zijn oeuvre heeft Tellegen al vaak prijzen mogen ontvangen. Zo kreeg hij in 2000 de Gouden Uil voor De Genezing van de Krekel en in 2007 de Constantijn Huygensprijs voor zijn complete werk.

Geschreven door Kees van Rixoort op 20-11-2013.