| 1 | Meijer, Maike |
| Wen er maar aan | |
| 2 | Achterberg, Gerrit |
| Verzamelde gedichten | |
| 3 | Vogels, Frida |
| De vader van Artenio |
archief
Alessandro Baricco, Driemaal bij dageraad
In het boek Mr Gwyn speelt het boek Driemaal bij dageraad van de Brits-Indische schrijver Akash Narayan een belangrijke rol. In de fictieve werkelijkheid van Mr Gwyn is die novelle echter niet geschreven door Narayan, maar door Jasper Gwyn, de man die het 'portret-schrijven' uitvond. De voormalige assistente van Gwyn, Rebecca, die zorgde voor het aantrekken van personen van wie een portret geschreven zou worden, komt tot de ontdekking dat zij één portret meer heeft dan geboekte personen. Nadat zij met veel moeite (hoe kan het ook anders?) beslag heeft weten te leggen op de genoemde novelle, herkent zij het portret: 'dat was het portret dat elke schilder vroeg of laat probeert te maken – dat van zichzelf.'
In werkelijkheid moest dat boek dus nog geschreven worden. Alessandro Baricco doet het voorkomen dat hij tijdens het schrijven van die bladzijden zin kreeg om ook dit boekje te schrijven, maar het heeft er alle schijn van dat hij al in een vroeg stadium met dat idee speelde gezien de vele verwijzingen.
Toch kan Driemaal bij dageraad gelezen worden als een volledig autonoom werk. Het bestaat uit drie verhalen die op een bijzondere manier met elkaar vervlochten zijn. In de drie delen zijn het steeds twee personages die op de een of andere, ogenschijnlijk toevallige manier met elkaar in gesprek raken.
In de drie verhalen nemen, net zoals in Mr Gwyn, de geestige en subtiele dialogen, met verrassende wendingen, de grootste ruimte in.
Alle serieuze thema's als geweld, liefde en eenzaamheid komen aan de orde, maar worden nergens 'zwaar' door de luchtige manier waarop de personages ermee omgaan. De personages zijn niet 'totaal goed' of 'totaal fout'. Een dronken slet, een weegschalenfabrikant zijn niet wat ze lijken te zijn, en een behoorlijk fout type blijkt uiteindelijk zorgzaam en medelevend te zijn. Hoe vreemd ze in eerste instantie lijken te zijn, het zijn allemaal eerlijke, oprechte personages, die zonder meer door de lezer omarmd zullen worden.
De taal van Baricco is zoals we inmiddels van hem gewend zijn, plechtstatig en zinnenstrelend in de beschrijvingen, alledaags, speels, kort en bondig in de dialogen. Het zijn de dialogen die een onuitwisbare indruk achterlaten bij de lezer. Geciteerde stukjes uit een dialoog kunnen helaas niet de sfeer weergeven die er hangt tussen de personages tijdens hun gesprek. Men zou de hele dialoog moeten lezen.
Ook nu weer is het boek vertaald door Manon Smits wier zeer mooie vertaling zeker bijdraagt aan het pure genieten!
En nu maar hopen dat Alessandro Baricco ook het boek gaat schrijven dat Mr Gwyn onder het pseudoniem van Klarisa Rode heeft geschreven waarin het portret van Rebecca is verwerkt.