Boekennieuws.

Nieuws, reportages en achtergronden uit de wereld van het boek

archief

Alessandro Baricco, Mr Gwyn

'Toen u hem leerde kennen, kopieerde hij mensen. Hij maakte portretten.' 'Schilderijen?' 'Nee. Hij schreef portretten.' 'Is dat iets wat bestaat?' 'Nee. Tenminste, het begon te bestaan toen hij het begon te doen.' Jasper Gwyn is een succesvol romanschrijver. Op zijn drieënveertigste dringt echter het besef bij hem door dat het beroep van schrijver niet langer bij hem past. 'Die gedachte was al vaker bij hem opgekomen, maar nooit eerder zo helder en hoffelijk.' Met onmiddellijke ingang stopt hij met publiceren. Zijn beste vriend en agent Tom Bruce Shepperd krijgt zowat een beroerte, maar Gwyn laat zich niet vermurwen ondanks de verwoede pogingen van Tom om hem van gedachten te doen veranderen. Jasper Gwyn leeft in de volle overtuiging dat hij onzichtbaar is geworden voor het grote publiek, nu hij niet langer publiceert, en aanvankelijk geniet hij daarvan. Wanneer hij herkend wordt, ontkent hij dat hij is wie hij is. Na jaren van dwalen en zoeken moet Jasper Gwyn onder ogen zien dat schrijven voor hem van levensbelang is, want 'hij miste de handeling van het schrijven, en de dagelijkse zorg waarmee je je gedachten kon ordenen in de rechtlijnige vorm van een zin.' Een oud dametje met een regenkapje zet hem vervolgens op het goede spoor: hij gaat portretten schrijven. De eisen die hij stelt aan het 'atelier' waarin hij zijn nieuwe beroep wil gaan uitoefenen, zijn nogal bijzonder: één grote ruimte, ter grootte van een half tennisveld, uitkijkend op een binnentuin, een versleten vloer, hier en daar een paar vochtplekken en leidingbuizen in het zicht, liefst in slechte staat. Tien dagen later wordt Jasper Gwyn door vastgoedmakelaar John Septimus Hill meegenomen naar een laag gebouw: een perfecte plek, vindt Jasper Gwyn. 'Hij was erg in zijn sas met de onuitwisbare olievlekken van de motoren op de houten vloer, en met de resten van affiches van Caraïbische (sic!) zeeën. (...) Er waren zelfs leidingbuizen zichtbaar, en die zagen er helemaal niet goed uit. John Septimus Hill voegde er op professionele toon aan toe dat er wat de vochtplekken betrof wel iets geregeld zou kunnen worden. "Al is dit wel de eerste keer," merkte hij zonder ironie op, "dat vochtplekken me worden voorgelegd als een wenselijke versiering, in plaats van een ellende."' Muziek wordt op dezelfde nauwkeurige wijze geregeld, evenals de verlichting. Aan een oude ambachtsman maakt Gwyn duidelijk wat voor gloeilampen hij wil: '...ze moeten het gewoon begeven, zonder te zieltogen en liefst ook zonder geluid.' Het oudje legt dan uit dat gloeilampen 'geen gemakkelijke schepsels waren, ze werden beïnvloed door een heleboel variabelen, en vaak hadden ze hun eigen vorm van onberekenbare waanzin. "Meestal," voegde hij eraan toe, "zegt de klant op dit punt: net als vrouwen. Bespaart u me dat, alstublieft." "Net als kinderen," zei Jasper Gwyn.' Van Tom, die nog steeds vurig hoopt dat er iets bijzonders uit de handen van Jasper komt, mag hij voor onbepaalde tijd zijn assistente Rebecca lenen. Jasper Gwyn legt aan haar uit wat hij van de mensen van wie hij portretten zal maken, verlangt: wekenlang, dag in, dag uit, naakt voor hem poseren, terwijl zij zichzelf moeten zijn. Hij vraagt Rebecca of zij zijn eerste model wil zijn. Na enige aarzeling stemt zij daarmee in. Daarna zal het haar taak zijn klanten te werven en selecteren. Na haar volgen nog vele mensen die ieder tegen betaling van een aanzienlijk bedrag een prachtig, uniek portret ontvangen, waarin zij zichzelf terugvinden, zoals Gwyn hun beloofd had. De portretten mogen alleen door de personen in kwestie gelezen worden. Na het laatste portret neemt Jasper afscheid van Rebecca. Hij doet dat door middel van pakketpost, waarin zij naast een bedankbriefje het net verschenen boek van een door haar bewonderde auteur aantreft. Rebecca die zich het afscheid heel anders had voorgesteld, is ontgoocheld en slingert het boek woedend van zich af. Jaren later, nadat zij haar leven weer een beetje op orde heeft, ziet zij in een boekhandel het bewuste boek liggen, neemt het mee en begint te lezen. Al na een paar bladzijden begint zij te begrijpen wat een kostbaar geschenk Jasper Gwyn haar bij zijn afscheid had gegeven – 'de liefdevolle aanraking die ze bij dat afscheid van al die jaren geleden had gemist.' Alessandro Baricco laat de schrijver Mr Gwyn in het verhaal nieuwe, nog niet eerder begane wegen inslaan. Zo wordt een nieuw genre geboren: portretschrijven. Tegelijkertijd portretteert Baricco de personages in dit boek zó fijngevoelig ('de dame met het regenkapje', Rebecca 'een tamelijk charmant, nogal dik meisje', Rebecca's vriend die consequent 'haar lul van een vriend' genoemd wordt, haar latere echtgenoot, 'een man met een aanbiddelijk karakter'), dat je ze meteen in je hart sluit. Wat de stijl aangaat, is er een mooi evenwicht tussen korte, tot zelfs zeer korte zinnen, vooral in de dialogen, en de langere, meer uitgesponnen zinnen bij beschrijvingen van bijvoorbeeld gebouwen, personen of gemoedstoestanden. Vaak wordt een fraaie en stijlvol opgebouwde zin afgesloten met een toegift, die je een glimlach ontlokt. De woorden en zinnen die de personages in de mond gelegd worden, zijn dermate passend voor dát ene moment, voor díe ene persoon dat het lijkt alsof ze speciaal daarvoor ontwikkeld zijn, alsof geen enkel ander woord of zin gezegd had kunnen worden. Daarom en vanwege de personages van wie je niet anders kunt dan ze een warm hart toedragen, vraagt dit boek erom gelezen en herlezen te worden. Manon Smits, die al eerder werk van Baricco vertaalde, heeft ook nu weer fantastisch werk geleverd. Hulde! Tot slot, Alessandro Baricco mag zijn romanpersonage laten stoppen met boeken schrijven, als hij het zelf maar uit zijn hoofd laat!
Geschreven door Angele van Baalen op 2015-06-29 11:45:22.