Boekennieuws.

Nieuws, reportages en achtergronden uit de wereld van het boek

archief

Emotionele oorlogsverklaring aan de oorlog

 “Mellas stond onder de grijze moessonwolken op de smalle strook vrijgemaakte grond tussen de rand van de jungle en de relatieve veiligheid van de afzetting...Hij probeerde tevergeefs geen aandacht te schenken aan de stank van de stront die in de half volgeregende latrines dreef, boven hem, aan de andere kant van de afzetting. Regendruppels vielen van de rand van zijn helm langs zijn ogen...Hij wist dat er onder zijn kleren bloedzuigers over zijn benen, armen, rug en borst kropen...” Met deze sfeertekening van een troosteloze, grauwe wereld opent Karl Marlantes zijn fascinerende roman over een van de pijnlijkste perioden uit de Amerikaanse geschiedenis van de vorige eeuw: de oorlog in Vietnam. Het is 1969 en de jonge officier bij de US Marines, Waino Mello, 21 jaar, is nog maar net gearriveerd op ‘Matterhorn’, de naam van een forward operation base in de Vietnamese jungle. Aan de hand van de lotgevallen van deze jonge luitenant en zijn persoonlijke reflecties op de gebeurtenissen neemt Marlantes, zelf meervoudig gedecoreerd oorlogsveteraan, de lezer mee in een van de beste oorlogsromans ooit.  Als ervaringsdeskundige weet Marlantes uitermate concreet en beeldend de verschrikkingen van de jungle-oorlog tussen Amerikanen en Noord-Vietnamese Vietcong-strijders te schilderen. Hij is in staat volledig in de huid van zijn hoofdpersonen te kruipen en op volstrekt authentieke wijze de angst en wanhoop, de agressie en de woede invoelbaar te maken die de vechtsoldaat in de hitte van de strijd vervullen kan. Hij kent het soldatenjargon, hij kent de verhoudingen tussen de diverse hiërarchische lagen in het leger, hij weet wat er tussen de oren van de militair en in de onderlinge relaties allemaal kan passeren in situaties van grote onzekerheid, druk en machteloosheid. Matterhorn is een oorlogsroman, in die zin dat het – op literaire wijze – een boeiend verhaal vertelt over een groep jonge mariniers, eigenlijk nog jongens. Ze strijden tegen de hen ideologisch en cultureel volstrekt vreemde Aziatische tegenstanders, maar evenzeer tegen de manipulaties van hun eigen leidinggevenden die ter wille van een goede pers de waarheid moeiteloos verdraaien en zonder veel morele bezwaren hun manschappen opofferen in onverantwoordelijke acties, opportuun voor een sprong voorwaarts in hun persoonlijke carrière. Marlantes brengt nog een heel andere laag aan in zijn boek door uitvoerig aandacht te besteden aan iets dat in de jaren van de Vietnam-oorlog een gevoelig probleem in de V.S. was, namelijk de rassentegenstellingen binnen de gelederen van het Amerikaanse leger. Het was de tijd van een stijgend zwart zelfbewustzijn, de Black Powerbeweging van Malcolm X deed van zich horen. Zwarten wensten zich te ontdoen van het imago van onderdanige ex-slaven en tweederangsburgers. Anderzijds waren ze terughoudend in het streven naar leidinggevende posities in het leger, uit angst dat hun eigen mensen hen zouden beschuldigen van ‘heulen met de bleekscheten’. Al met al betekende deze raciale spanning een extra belasting van het vaak toch al breekbare moreel en leidde het tot een schemerige mini-oorlog in eigen gelederen. En dat te midden van die grote oorlog, waarin op de meest kritieke momenten de raciale spanning ook weer plaats maakte voor onderlinge solidariteit en loyaliteit tegenover een gemeenschappelijke  meedogenloze en ongrijpbare vijand. De basis ‘Matterhorn’ wordt  door een volstrekt onjuiste inschatting van de opperste militaire leiding in het gebied prijsgegeven aan de Vietcong en moet vervolgens ten koste van een extreem hoge prijs aan verlies en verminking van mensenlevens, heroverd worden om het blazoen van de hoogste commandovoerende officier ter plekke te redden. Genadeloos beschrijft Marlantes de onkunde, de ijdelheid, de bureaucratie en de logistieke onmacht waaraan de manschappen zijn onderworpen en veelal letterlijk gedoemd zijn tot niet meer dan kanonnenvlees . Aan de hand van de reflecties van hoofdpersoon Mellas neemt de auteur de lezer mee in diepgaande bezinning over fundamentele menselijke waarden, die in een wrede oorlog als deze volstrekt ter discussie komen te staan. Hij laat zien hoe militairen ‘copen’ met hun angsten en hun heimwee. Hoe religie, ideologie, verbeeldingskracht,  drank en drugs, idealen, liefde en seks,  humor en cynisme allemaal helpen om het hoofd – al is het maar tijdelijk – boven water te houden. Hij laat ook zien hoe onderling vertrouwen en kameraadschap een ijzersterke band scheppen tussen ‘brothers in arms’. Die kameraadschap is het, meer dan iets anders, waarom veteranen, alle verlies en trauma ten spijt, soms toch met iets dat wel op heimwee lijkt, terugblikken op hun missies. Aan het einde van het boek, na de strijd om de Matterhorn te heroveren op de Vietcongstrijders, treffen we Mellas met China, een van de zwarte manschappen die regelmatig voor conflicten zorgt. Ze delen zwijgend een mok koffie, luisterend naar een paar andere zwarte mariniers die zingend op de melodie van een gospelsong hun gesneuvelde kameraden gedenken. ‘Mellas probeerde  de ander beelden te verdringen: de verbrande lichamen, de stank, de onnatuurlijke verstijfde gedaantes onder de natte regencapes. Het lukte niet. Het zingen ging door, de zangers gaven zich over aan het rime van hun eigen wezen, ze vonden genezing in het contact met dat ritme en het zingen over de dood, de enige god die ze kenden...’ Karl Marlantes laat er geen twijfel over bestaan: oorlog is iets kwaads en wie erin verwikkeld zijn, raken onvermijdelijk voor hun leven lang beschadigd. ‘Matterhorn’ is daarom niet alleen een spannend,  meesterlijk geschreven deskundig boek over de Amerikaanse interventie in Vietnam en het troosteloze soldatenleven in de jungleoorlog. Het is voor alles een emotionele oorlogsverklaring aan deze en aan elke oorlog!
Geschreven door Henk Fonteyn op 2013-01-30 16:04:23.