| 1 | Perk, Jacques |
| Verzamelde gedichten | |
| 2 | Meijer, Ischa |
| Brief aan mijn moeder | |
| 3 | Williams, John |
| Stoner |
archief
Geen rode oortjes
Een nieuwe Arnon Grunberg? Dat zou je wel denken als je vluchtig kijkt naar het omslag van Pornografie in de Nederlandse literatuur. Maar nee, Grunberg is maar één van de zeventien auteurs van deze bundel beschouwingen. Niet zo’n geslaagde verkooptruc van uitgeverij Nijgh & Van Ditmar. Te veel eer voor Grunberg, wiens bijdrage welbeschouwd niets met het onderwerp te maken heeft, te weinig eer voor de samenstellers van deze bundel: Joost van Driel en Rick Honings. Zij hebben gezorgd voor een boeiend boek, zij het met de nodige onvolkomenheden.
De basis van Pornografie in de Nederlandse literatuur wordt gevormd door lezingen die gehouden werden op een eind vorig jaar georganiseerd symposium van de Universiteit Leiden. (Oud-)hoogleraren als Herman Pleij, Inger Leemans, Marita Mathijsen en Ton Anbeek kiezen voor de beschrijving van een periode: de middeleeuwen, de achttiende eeuw, de negentiende eeuw en de jaren zestig van de twintigste eeuw. De flaptekst spreekt daarom van het eerste historische overzicht, maar dat is toch een iets te grote broek, daarvoor vallen er te veel gaten in de tijdlijn. Zo worden de zestiende en zeventiende eeuw slechts terloops genoemd.
Andere bijdragen concentreren zich op één schrijver. Zo bespreekt Jaap Goedegebuure de pornografische gedichten van E. du Perron, heeft Willem Otterspeer het over de relatie van Willem Frederik Hermans met pornografie en behandelt Kris Humbeeck de porno van Louis Paul Boon. Erg aardig is, naast laatstgenoemde bijdrage, ook de beschouwing van Elsbeth Etty over de naoorlogse pornografische lectuur. Daarin wordt onder meer de Signaalreeks besproken, een reeks Nederlandse pornografische pulpromans uit de jaren zestig, met titels als Waanzin der wellust en Duistere driften in deftige dorpen. Het lijntje met de Nederlandse literatuur is hier echter erg dun: heel misschien zijn sommige delen van de reeks geschreven door bekende literaire auteurs. Maar het blijft bij vermoedens.
Arno Kuipers, collectiespecialist bij de Koninklijke Bibliotheek, draagt een erg interessant artikel bij over de pornografie in de Koninklijke Bibliotheek. Die wordt van oudsher bewaard in De Hel. Achter slot en grendel, om willekeurige bezoekers en het eigen personeel niet in de verleiding te brengen. Kuipers geeft een zeer lezenswaardig kijkje achter de schermen. Ook de beschouwing van Marja Pruis mag er zijn. Zij schrijft boeiend over hedendaagse auteurs als Oek de Jong en Heleen van Royen.
En dan Arnon Grunberg. Hij interviewt gebruikers en producenten van porno, op zoek naar de mens achter de vunzigheid. Het gaat daarbij steeds om pornofoto’s en -films, niet om geschreven porno en al helemaal niet om literatuur. Deze omvangrijke reportage, hoe amusant ook, hoort dan ook eigenlijk niet in deze bundel thuis.
Zo is Pornografie in de Nederlandse literatuur een heel bonte bundel geworden, met bijdragen van wisselende kwaliteit en relevantie. Rode oortjes krijg je er niet van, want de historische porno werkt vooral op de lachspieren en de bespreking ervan is vooral heel serieus. Maar dat is niet erg: de bundel prikkelt wel de nieuwsgierigheid. Ook dankzij het uitgebreide notenapparaat is het boek vooral een uitstekende gids naar méér. Hokwerda’s kind van Oek de Jong, de poëzie van Anne Vegter (de nieuwe Dichter des Vaderlands), Razernij der liefde van Hans van Straten, De gemaskerde eeuw van Marita Mathijsen en Seks!... in de negentiende eeuw van Nop Maas kunnen nu echt niet meer ongelezen blijven. En dat zijn dan nog maar een paar van de suggesties.