Boekennieuws.

Nieuws, reportages en achtergronden uit de wereld van het boek

archief

Het onbegrijpelijke begrijpen

  De maagd Maria neemt elk jaar op 15 augustus ‘het mooiste meisje van het eiland’ met zich mee naar de hemel. Na haar eerdere successen Het zwijgen van Maria Zachea en Anna Boom heeft Judith Koelemeijer, schrijfster van literaire non-fictie, een derde titel aan haar succesreeks toegevoegd. Dit keer een verhaal waarbij het autobiografische element een grote ruimte inneemt. De subtitel ‘op zoek naar een verloren vriendin’ is een tikkeltje misleidend. Het is veel meer dan dat. In dit verhaal, dat leest als een roman, beschrijft Judith op ontroerende, niets verhullende wijze wat de dood van een vriendin teweeg brengt bij de achtergebleven vriendinnen en bij haarzelf; wat de dood van een dochter betekent voor de ouders; wat de dood van het zusje doet met de broer en ten slotte wat de dood van zomaar een Hollands meisje aanricht in het leven van de Duitse student die haar dood ‘veroorzaakt’ heeft. Zes meisjes, niet eens zulke dikke vriendinnen, gaan in de zomer van 1985 drie weken vakantie vieren op het eiland Paros. Dat ze daar niet meer doen dan zonnen, zwemmen en tot diep in de nacht uitgaan, is duidelijk. Bij hen voegen zich nog een paar Grieken, onder wie de stoere motorrijder Nikos en op de laatste avond drie Duitse jongens. Over de eerste twintig dagen van de vakantie lezen we niet zo veel, wel over de laatste nacht: alle pubs en discotheken zijn inmiddels gesloten en men besluit naar een of andere bouzoukitent ergens in de heuvels buiten het dorpje Parikia te gaan. Vier van de vriendinnen zijn al naar de tenten teruggegaan, omdat ze de volgende morgen vroeg met de ochtendboot van het eiland zullen vertrekken. Ook Judith zou liever zijn gaan slapen, ‘Maar voor Annette mag deze nacht geen einde hebben.’ (p. 16) Judith gaat mee op voorwaarde dat zij bij Nikos achterop mag op zijn gloednieuwe motor, die geparkeerd staat bij de discotheek. Annette gaat achterop bij een van de Duitsers, die hun motoren op de camping hebben staan. Judith en Nikos gaan alvast vooruit. Aangekomen bij de bouzoukitent blijkt er alleen nog koffie gedronken te kunnen worden. Wanneer Annette en de Duitsers, die in het donker de weg niet kunnen vinden, maar niet komen opdagen, keren Nikos en Judith langs dezelfde weg terug, waar inmiddels een vreselijk ongeluk is gebeurd. Onverklaarbaar ook, tenzij je de duisternis de schuld wil geven. Zwaargewond wordt Annette in een passerend busje naar een arts gebracht, die niets voor haar kan doen, behalve een traumahelikopter oproepen. Ze beleven vervolgens spannende uren in de vroege ochtend, terwijl ze wachten op de helikopter. Hun persoonlijk drama staat in schril contrast met de vrolijke stemming van de bewoners van het dorpje. Het is namelijk 15 augustus, de dag waarop Maria ten hemel vaart en tevens de sterfdag van Annette. De schrijfster zette vrijwel meteen na deze dramatische gebeurtenis alles op papier en liet het lezen aan de vriendinnen; zij herkenden zich echter niet in de beleving die de auteur aan haar multomapvellen had toevertrouwd. Judith besloot daarom het geschrevene niet te publiceren. Maar zo’n vijfentwintig jaar later voelt ze zich nog steeds een ‘dolende’ en heeft ook nog steeds geen kans gezien ‘de zwarte spin die in haar borst gekropen is en daar langzaam zijn poten uitgeslagen heeft’ te verjagen. De schrijfster kon uiteindelijk niet anders: dit verhaal moest zij vertellen, ‘in een laatste poging het onbegrijpelijke te begrijpen’. Vijfentwintig jaar later een dramatische gebeurtenis reconstrueren is geen gemakkelijke opgave, zeker niet wanneer je daar ook het heden bij betrekt van degenen die Annette het meest na stonden of die betrokken waren bij haar dood. Het zou al gauw kunnen ontaarden in een rommelig geheel, doordat heden en verleden voortdurend door elkaar heen lopen. Dit ongemak heeft de schrijfster uitstekend ondervangen door het verhaal te structureren: in vijf delen wordt steeds via een andere invalshoek geprobeerd zo dicht mogelijk te komen bij het ongeluk en wat er onmiddellijk op volgde. Bijna alle betrokkenen waren zo veel jaren later bereid de schrijfster hierin bij te staan én ook nog eens aan te geven welke invloed het ongeluk op hun leven heeft gehad. Koelemeijer doet haar verhaal in eenvoudig, verzorgd proza in het jargon dat goed past bij de leeftijd van de personages en de tijdgeest. Hoewel de afloop reeds van te voren bekend is, ervaar je al lezend toch een zekere spanning, allereerst met betrekking tot de meest basale vragen als ‘Hoe heeft het ongeluk kunnen gebeuren?’ en ‘Is er een schuldige aan te wijzen?’, maar ook de vraag ‘Hoe zijn Judith en de anderen de jaren na het ongeluk doorgekomen, hoe zijn ze omgegaan met hun schuldgevoelens?’ houdt je tot het einde toe bezig. Samenvattend wil ik zeggen: lees dit prachtige boek, dat met veel liefde is geschreven. Judith Koelemeijer heeft met dit verhaal een bijzondere ‘grafrede’ gehouden voor haar vriendin Annette.
Geschreven door Angele van Baalen op 2013-12-06 14:33:19.