| 1 | Seth, Vikram |
| Verwante stemmen | |
| 2 | Dumas, Alexandre |
| De drie Musketiers | |
| 3 | Salter, James |
| Alle verhalen |
archief
Onsamenhangende oorlogsthematiek
In Zielhond lezen we over de oude scheepsbouwer Clovis Loos. Hij hoort op de televisie over een nieuwe Nederlandse militaire missie en hij beseft dat zijn zoon Richter, die marinier is, weer zal worden uitgezonden. Clovis wil dit liever niet; hij heeft zelf gevochten in de Tweede Wereldoorlog en heeft hier een trauma aan over gehouden; hij wil niet dat Richter dezelfde ellende zal moeten meemaken. En natuurlijk is er altijd de angst dat zijn zoon niet meer terugkeert van de missie. Loos herinnert zich dat zijn vader eveneens had moeten dienen als militair, maar dat er door een ronselaar, ‘zielhond’ geheten, naar een vervanger werd gezocht die – tegen een vergoeding betaald aan de familie - diens plaats wilde innemen en zo de kogels zou opvangen. Om te voorkomen dat zijn zoon weer wordt uitgezonden besluit hij zelf een ‘zielhond’ te worden, en zonder dat zijn zoon of ook maar iemand hiervan op de hoogte is, op zoek te gaan naar iemand die Richters plaats in zou kunnen nemen. Uiteindelijk denkt hij in een Sloveen een goede plaatsvervanger te hebben gevonden.
Een interessante thematiek, lijkt mij. Ik verwacht een uitbeelding van de jarenlange gevolgen van een oorlogstrauma, en hoe dit zelfs in volgende generaties nog van grote invloed blijft. En ik hoopte op een vertelling over een vader-zoonrelatie. Maar eigenlijk komen we maar bar weinig te weten over de zoon, vaders gedachten spelen duidelijk de hoofdrol. En deze gedachten zijn niet erg geordend. Heden en verleden lopen continu door elkaar heen en dit wordt gedurende het boek alleen maar erger, waardoor gedachten en belevenissen steeds moeilijker van elkaar te onderscheiden zijn. De schrijfster schakelt zó snel heen en weer tussen heden en verleden en diverse gedachten, dat het niet meer bij te houden is. Dan weer gaat het over Clovis zelf, dan blijken het weer gedachten over of belevenissen van zijn zoon Richter, en dan weer wordt er opeens iets over Clovis’ vader of opa geschreven. Als lezer raak je volledig het spoor bijster en je hebt geen enkel idee meer over wie er wanneer wordt geschreven, en dat is jammer. We weten dat Loos al op leeftijd is, misschien begint hij ook langzaam geestelijk af te takelen en zijn daarom zijn onsamenhangende gedachten zo onbegrijpelijk, en is deze manier van schrijven een soort symboliek voor zijn geestelijke achteruitgang en verwarring.
Hier komt nog bij dat er steeds kleine thema’s worden aangestipt die weinig met de eigenlijke thematiek of met het ‘hoofdverhaal’ te maken hebben, een soort zijtakjes; zo wordt er zonder aanleiding gesproken over de opa van Clovis die ooit bijna verdronk in een sloot, of over Richter, die op z’n zesde gebeten werd door een paard. En tussendoor komt nog de schoondochter Laila op bezoek over wie uitgebreid wordt verteld hoe idolaat zij is van fotografie. De lezer denkt dat dit wel belangrijk zal zijn om te onthouden, aangezien er zo’n nadruk op wordt gelegd. Maar nergens komt het terug en nergens heeft het mee te maken. Waarom heeft Tilon geprobeerd nog wat extra elementen en thematiek toe te voegen? Het verhaal is zonder deze elementen al moeilijk en onbegrijpelijk genoeg. Aan het eind van het boek zag ik in elk geval door de bomen het bos niet meer: ik bleef achter in verwarring!
Het zou een ‘indrukwekkende roman over vaderliefde, de macht van beelden, oorlogshartstocht, drie generaties gepassioneerde scheepsbouwers en de vraag of er zoiets bestaat als een plaatsvervangend lot’ moeten zijn. Helaas vind ik het allerminst indrukwekkend te noemen.