| 1 | Barend, Sonja |
| Je ziet mij nooit meer terug | |
| 2 | Gerhardt, Ida |
| Verzamelde gedichten | |
| 3 | Kwast, Ernest van der |
| Mama Tandoori |
archief
The Stand in vier delen
Het oeuvre van Stephen King vormt al jarenlang een dankbare inspiratiebron voor filmmakers. De ene keer rolt er een klassieker uit (Carrie, The Shining, The Green Mile), de andere keer betreft het een project dat stilletjes aan de aandacht voorbijsluipt (alle Children of the corn, The nightflier, Thinner). Maar één ding is zeker: de beeldende kracht van King’s romans zorgen er vroeg of laat wel voor dat iemand het wil verfilmen. Ook wanneer het een roman is van ruim 1000 pagina’s met tientallen personages, verhaallijnen en lagen. Zoals The Stand.
Dit epische pos apocalyptische verhaal is zonder twijfel het bekendste boek van King (wellicht afgezien van The Dark Tower) en wordt gezien als één van de hoogtepunten uit zijn imposante carrière. Door een virus wordt 99,9% van de mensheid uitgeroeid en tracht een handvol overlevenden iets van een nieuwe samenleving op te bouwen. Er ontstaan twee kampen die lijnrecht tegenover elkaar komen te staan, resulterend in een Grootse Strijd tussen Goed en Kwaad.
Het gegeven op zich geeft al voldoende stof voor meer dan twee uur filmtijd, en zelfs dan zou grondig geknipt moeten worden. De oplossing waarmee men na lange tijd kwam, was simpel: er werd gewoon een miniserie van gemaakt. Op deze manier ging niet zoveel van The Stand verloren en kon – op een paar wijzingen na – de lijvige roman worden verfilmd.
Zo’n format heeft zo zijn voor- en nadelen. Het voordeel is dat er minder rekening hoeft te worden gehouden met wat behouden zou moeten worden en wat niet, er is meer keuzevrijheid. Er zit echter ook een nadeel aan: het is geen geheel meer. Voor de goede orde, ook de roman zelf bestaat uit een paar delen (elk is aangeduid als een “boek”), maar toch behoudt het de flow van de vertelling. Er kan direct worden doorgelezen zonder dat er echt een pauze hoeft te worden genomen. Bij de verfilming is dit helaas niet het geval.
Het grootste euvel zit hem in de onderbrekingen tussen de delen, waardoor je als kijker toch even uit het verhaal wordt gehaald. Doordat The Stand daadwerkelijk als serie wordt behandeld, compleet met iedere keer een introductie, middenstuk en einde waarbij de credits steevast over het beeldscherm rollen, voelt het meer aan als een reis met onderbrekingen dan als een complete onderneming. Spannend is het wel en beter dan de slechtere verfilmingen uit het King-universum, toch kan niet aan de indruk worden onttrokken dat een deel van de kracht van The Stand door diens “pauzes” teniet wordt gedaan.
Dit heeft de serie er overigens niet van weerhouden om positieve reacties te ontvangen en diverse prijzen te ontvangen. Sterker nog, een ander, meer recent boek van King, Under the Dome, heeft eenzelfde verfilming gekregen. Alleen werd hierbij besloten dan maar meerdere seizoenen er tegenaan te gooien. Nog meer onderbrekingen dus.