| 1 | Barend, Sonja |
| Je ziet mij nooit meer terug | |
| 2 | Gerhardt, Ida |
| Verzamelde gedichten | |
| 3 | Kwast, Ernest van der |
| Mama Tandoori |
archief
Tweede van Treur helaas minder
Vijf jaar geleden wist debutante Franca Treur zichzelf op krachtige wijze als schrijfster te bewijzen met Dorsvloer vol confetti. Het verhaal over de jonge Katelijne, die worstelde met het geloof en haar onverzadigbare nieuwsgierigheid naar de wereld buiten haar dorp, kwam zo soepel uit Treurs pen gekropen dat het goed was voor de Selexyz debuutprijs en de NS Publieksprijs.
Recentelijk verscheen haar tweede werk in de boekhandel: De woongroep. Wederom een verhaal over een worstelend individu, maar dan wel van een andere klasse en tegen een andere achtergrond. Dit keer draait het om de volwassen en stedelijke Elenoor die zich wil aansluiten bij een zogenaamde woongroep, om samen met gelijkgestemden de wereld te kunnen verbeteren. Snel komt ze erachter dat dit niet helemaal van een leien dakje gaat.
De verwachtingen waren vrij hooggespannen, om na lezing toch tot een spijtige conclusie te komen: De woongroep is een teleurstellende opvolger van Dorsvloer vol confetti.
Dit heeft niet zozeer te maken met Treur’s schrijftalenten als wel met de toon van het verhaal en de personages die de roman bevolken, in het bijzonder Elenoor. Al vanaf het begin wordt duidelijk hoe zij is. Samen met haar vriend Erik brengt ze een bezoekje aan het stel Caro en Freddie. Het bezoek krijgt door haar beschrijvingen een sarcastische ondertoon en het wordt helemaal erg wanneer Caro en Freddie vragen wanneer zij en Erik eens aan kinderen beginnen. Elenoor, met strak gezicht, begint dan over moeders die de aandrang hebben om hun eigen kinderen het raam uit te gooien. Zoiets heeft ze ooit gelezen in een boek. De sfeer is vanaf dat moment een stuk koeler geworden, evenals de sympathie voor Elenoor.
De overige personages komen niet veel beter er van af. Zo cynisch als Elenoor wordt neergezet, zo’n irritante moraalridder is Erik. Altijd bloedserieus, onbestand tegen harde grappen, je gaat je afvragen waarom hij en Elenoor überhaupt bij elkaar zijn.
Dan voelt de toon die De woongroep aanslaat bijzonder gekunsteld aan. Daar waar Dorsvloer vol confetti een haast documentaireachtige impressie gaf van een dorpsleven, lijkt Treur in haar tweede werk geen richting te kunnen vinden. Niet alleen krijgt De woongroep daardoor een stuurloos karakter, het voelt ook geforceerd aan. Alsof het leven in de stad niet helemaal haar ding is en ze extra hip probeert over te komen.
De conclusie is jammer genoeg dat Treur met haar tweede werk de plank heeft misgeslagen. Het mist het natuurlijke en de humor van haar debuut, is cynisch en bevat onsympathieke personages die niet de kans krijgen zich te ontwikkelen. Hopelijk zal Treur met haar derde poging het niveau van Dorsvloer vol confetti weer weten te evenaren.