| 1 | Miller, Alice |
| Het drama van het begaafde kind | |
| 2 | |
| Startbijbel | |
| 3 | Armstrong, Karen |
| De verloren kunst van de heilige geschriften |
archief
Vlakke kost
Het boek Retour Ameland is vooral tot stand gekomen door de vele verhalen die de schrijfster optekende uit de monden van de mensen die zelf een rol speelden in de overgeleverde verhalen.
Het is allemaal begonnen met Robert, die graag eens met schrijfster Rita Knijff-Pot wilde praten over zijn jeugd in de oorlog. Hij was een van de vele kinderen die het geluk hadden te kunnen ontsnappen aan de honger en het oorlogsgeweld in de grote steden van Nederland omdat zij liefdevol werden opgenomen door de eilandbewoners van Ameland. Rita sprak met hem in december 2011 en zag in zijn verhaal aanleiding zich te verdiepen in de geschiedenis van kinderen in oorlogstijd.
De schrijfster wilde het verhaal van Robert in een bredere context plaatsen en besloot de geschiedenis van nog meer kinderen te achterhalen; ook wilde zij weten hoe het hun verging in de jaren die volgden na de bevrijding.
Na het gesprek dat de schrijfster in 2011 met Robert had, moest ze veel werk verzetten in korte tijd. De mensen die zij interviewde – op Ameland, het vasteland en in Engeland – waren al op (hoge) leeftijd. Ook het gemeentehuis in Ballum, waar het een en ander was vastgelegd inzake de Tweede Wereldoorlog, werd door haar bezocht. Er was geen administratie over de opvang van kinderen in oorlogstijd; de organisatie van de kindertransporten was op het vasteland in handen van de kerken en dat gebeurde met goedkeuring en strenge controle van de Duitse bezetter. De eerste kinderen kwamen in 1943. In 1944 nam het aantal kinderen dat op Ameland opgevangen werd, toe.
Wie deze kinderen waren, waar zij vandaan kwamen, bij wie zij onderdak vonden, hoe lang zij bleven op Ameland, hoe zij hun verblijf in het 'pleeggezin' op het eiland beleefden – allemaal vragen waarop de schrijfster antwoord probeert te geven in dit boek.
Het hoofdstuk Stadskinderen opent met Robert die in Amsterdam in de Rivierenlaan woont; zijn ouders hebben familie op Ameland wonen en vinden het beter dat hij en zijn oudere zus Antonia naar Ameland gaan. Na Robert en Antonia volgen nog vele namen van kinderen uit Amsterdam, Rotterdam, Schiedam, Den Haag. Van alle met name genoemde kinderen wordt op sobere wijze verteld waarom zij naar Ameland afreizen. Dat kan zijn omdat hun ouders daar familie hebben en menen dat het op Ameland een stuk veiliger is voor hun kinderen. Voor andere kinderen, die al ernstig aan het vermageren zijn, is het van het grootste belang dat zij zo snel mogelijk voldoende te eten krijgen. Van al deze kinderen wordt ook verteld hoe hun reis vanuit het westen van het land naar Ameland verloopt. Na de meestal verschrikkelijke reis valt hun een warm onthaal op het eiland ten deel.
Hun verhaal wordt als een soort verslag verteld.
Er is een hoofdstuk gewijd aan de kinderen van het eiland. De meeste kinderen van het eiland sluiten direct vriendschap met de nieuwkomers.
In het derde hoofdstuk lezen we hoe het de kinderen van het eerste hoofdstuk op Ameland vergaat. Margreet kwam bij de familie Ney: 'In de huiskamer aan de Hereweg stond een pan hutspot op de kachel. Die geur zou haar hele leven herinneringen blijven oproepen aan de redding van de hongersnood in Amsterdam door de opvang op Ameland. (...) Op Ameland was de oorlog ver weg. Voor Margreet was Hollum de hemel op aarde.' Omdat de ervaringen van de individuele kinderen verweven worden met de gebeurtenissen op het eiland, is er regelmatig 'overlap'.
De bevrijding geeft juist aanleiding tot trieste situaties, sommige kinderen hebben hun ouders, die op het vasteland achtergebleven waren, lange tijd, soms meer dan een jaar, niet gezien. 'De volgende dag werd Nico opgehaald door zijn moeder en oudste zus Cornelia. Het was geen leuk weerzien. Nico barstte in tranen uit. Hij herkende zijn moeder nauwelijks en sprak alleen Amelands.' Of Thea: 'Ze moest meedraaien in het gezin en verlangde terug naar Ameland. Bij haar oom was alles er wat nonchalanter aan toe gegaan. Haar vader – die de hele oorlog overzee was gebleven, in Amerika – noemde ze in het begin 'meneer'. Haar zusje, dat na vaders vertrek was geboren, toonde nog niet veel affectie met de vreemde man.' En dan Robert: 'Moeder kwam naar het eiland om Robert op te halen. Een drama. Robert weigerde mee terug te gaan. Twee jaar had hij op Ameland doorgebracht en Amsterdam was volkomen uit beeld geraakt. Hij huilde, schreeuwde de boel bij elkaar.' Andere kinderen zouden hun ouders nooit meer terugzien, omdat ze vermoord werden door de Duitsers.
In het laatste hoofdstuk valt te lezen hoe de eilandbewoners die we eerder in het boek hebben leren kennen als vriendjes, vriendinnetjes, ooms en tantes, of als pleegouders, verdergaan met hun leven en verheugd zijn wanneer ze weer contact hebben met de stadskinderen van het vasteland. Er volgen vele reünies.
Het boek eindigt met Robert die na de dood van zijn vader een bundeltje papieren zit te lezen, 'Mijn bezoek aan Ameland in de Hongerwinter', geschreven door zijn vader. Die beschrijft zijn herinneringen en belevenissen in de tijd dat Robert en zijn zusje op Ameland waren. Het lezen van die papieren ontroert Robert zeer.
Het boek laat zich zeer gemakkelijk lezen, enerzijds omdat de stijl eenvoudig is (enkelvoudige, niet al te lange zinnen), anderzijds omdat de hoofdstukken weer onderverdeeld zijn in fragmenten waarin steeds vanuit het gezichtspunt van een van de kinderen wordt verteld. Zo kan het gebeuren dat een kind dat een bijrol heeft in het ene fragment, de hoofdrol heeft in een volgend fragment; de gebeurtenissen op het eiland, de situaties in de schoolklas, de rol van de bezetters op het eiland zijn de 'constante' elementen. De schrijfster heeft zich niet laten verleiden tot pathos verhogende stijlmiddelen, waardoor je met meer afstand kunt kijken naar wat deze kinderen ervaren.
Het boek is verlucht met mooie zwart-witfoto's en afgesloten met een verantwoording, bronnen en een woord van dank van de schrijfster.
Het is zonder meer interessant om te lezen hoe het kinderen verging in oorlogstijd, maar door de tamelijke vlakke en emotieloze stijl maakt dit boek niet zo'n overweldigende indruk als bijvoorbeeld Haar naam was Sarah (over het meisje Sarah) van Tatiana de Rosnay of Oorlogsparadijs (dat ook op een van de Waddeneilanden speelt) van Nico Dros.
Waarom Retour Ameland een roman genoemd wordt, is mij niet duidelijk. Laten we het houden op 'schriftelijke vastlegging van kinderleed in oorlogstijd'!