Boekennieuws.

Nieuws, reportages en achtergronden uit de wereld van het boek

archief

Vroeger deden we ook al vies

Annemieke Houben kreeg onlangs de Gerrit Komrij-prijs voor Vieze liedjes uit de 17e en 18e eeuw. Deze prijs voor de beste popularisering van de oude letteren is volledig verdiend, want Houbens boek laat als geen ander zien dat oudere teksten wel degelijk voor een hedendaags publiek aantrekkelijk zijn te maken. Het smeuïge onderwerp helpt daarbij uiteraard een handje. Wie dacht dat de ‘viezigheid’ in de Nederlandse literatuur begon met Ik Jan Cremer, wordt in Vieze liedjes uit de 17e en 18e eeuw ruw uit de droom geholpen. Ook in vroeger eeuwen wist men van wanten. Wat te denken van een tekstje als ‘De aardige gatveger’ uit 1750: ‘Ik ben om geen papier in ’t allerminst verlegen,’ zei Jan, ‘want Klaartjes tong die zal mijn gat wel vegen.’ De bundel bevat 95 liedjes en ook nog een aantal versjes die niet bedoeld waren om te zingen. Alle denkbare en ondenkbare onderwerpen passeren de revue: orale seks, ontmaagding, voyeurisme en ga zo maar door. Zelfs aan het al dan niet wegscheren van schaamhaar wordt aandacht besteed. ‘Och, och,’ sprak Krisje, ‘waar wil ’t henen? Het haar groeit tussen mijne benen. Zal dat nog verder gaan, -o jee- zal ‘k haast zo ruig als Esau zijn en dan zal niemand met mij trouwen, want wie houdt toch van ruige vrouwen? Een vrouw moet wezen blank en glad, maar ik, helaas, krijg haar aan ’t gat!’ Annemieke Houben ontsloot deze schatkamer niet alleen door alle teksten te voorzien van een heldere toelichting, maar ook door de nodige spannende afbeeldingen toe te voegen. Het resultaat is een prachtig boek dat geen literatuurliefhebber mag missen.
Geschreven door Ton van der Molen op 2015-02-09 11:20:13.