Jean Rabe is een auteur die bekend staat om haar werken in de genres van fantasy en science-fiction. Zo heeft ze de Dhamon Saga geschreven, maar ook voor Battlestar Galactica. Vandaag kijken we even naar een van haar andere werken, de Stonetellers trilogie. The Rebellion, Death March en Goblin Nation vinden plaats in de Dragonlance setting, maar hebben een ietwat apart uitgangspunt: de hoofdrolspelers zijn overwegend goblins. Deze wezens, die in vele fantasyboeken en -games dienen als (gemakkelijke) vijanden om te verslaan krijgen meestal niet veel positieve aandacht. Het zijn tenslotte ‘monsters’: mensachtig, in het bezit van een grove, vaak felgekleurde huid, plat gezicht, scherpe tanden en puntoren. ‘Helden’ slachten ze per dozijn af. Maar Rabe heeft hen van een andere kant benaderd, zijn het monsters of zijn ze een verkeerd begrepen volk wat als makkelijke zondebok is gebruikt?

In The Rebellion maken we kennis met een uiteenlopende schare karakters zoals voorman Direfang (een Hobgoblin), shamaan Mudwort en zwangere vrouw Greytoes. Zij en vele lotgenoten daarnaast zijn slaven in de mijnen van Steeltown, een plaats gesticht door de Knights of Neraka met maar één doel: zoveel mogelijk staal uit de grond persen. Staal is in die wereld meer waard dan goud.  Direfang is al eens eerder gevat bij een ontsnappingspoging (ten koste van een oor), maar wanneer Steeltown vergaat tijdens een serie aardbevingen ontsnapt hij en leidt de voormalige slaven in een rebellie die bijna alle goblins bevrijd. Enkele voormalige slavendrijvers sluiten zich bij de horde aan, om verschillende redenen. Één van hen is als magiër geïnteresseerd in de bijzondere sjamanistische vermogens van Mudwort die haarzelf ontpopt tot orakel.

Death March vervolgt het verhaal, de goblins reizen op zoek naar een eigen thuisland, waar ze vrij van slavernij hun eigen cultuur kunnen oppakken. Helaas worden ze achtervolgt en heeft een bezoek aan een dorp van dwergen desastreuze gevolgen dankzij de pest die daar heerst. Steeds meer goblins sluiten zich aan bij de horde, meer dan dat de ziekte afslacht. In Goblin Nation hebben ze het doel van hun reis bereikt, maar het is daar geen paradijs; bloeddorstige wolven, de achtervolgende ridders en een draak op de koop toe maken het leven daar erg moeilijk. Mudwort, die hier naar toe wilde voor een artefact vindt dit uiteindelijk, maar de prijs is hoog.

Hoewel de trilogie zich in een fantasy setting afspeeld weet Rabe toch het thema van slavernij goed aan te snijden. Niet alleen door te laten zien welke fysieke en mentale sporen dit nalaat bij de bevrijde goblins, maar ook door de mentaliteit van de slavenhouders te belichten. Die sussen hun geweten door de slaven als onmenselijke dingen te zien, volharden in het geloof dat goblins niet in staat zijn om succesvol weerstand te bieden en betalen daar uiteindelijk de prijs voor. De ontwikkeling van de goblin karakters zelf is ook bijzonder te noemen, ze gaan niet van hulpeloze slaaf naar de perfecte krijgers, maar moeten diep uit zichzelf putten om de vele obstakels te overwinnen. Op dat vlak is de trilogie enorm boeiend, maar er zijn helaas ook wat mindere punten. De transitie van boek naar boek vertoont wat gaten én het derde boek voelt wat gehaast aan, alsof Rabe nog meer te vertellen had, maar daar de ruimte (van een vierde boek) niet voor kreeg.

Daardoor blijven er vragen onbeantwoord, zoals hoe het verder zal gaan, waarom de verre voorouders hun cultuur verloren en zo voorts. Ook gaan er zo vreselijk veel goblins dood dat het moeilijk voor te stellen is dat hun volk genoeg overlevenden zal tellen om deze nieuwe natie van de grond te krijgen. Aan de andere kant houdt Rabe er van om de lezer op het verkeerde been te zetten door karakters op te voeren wier rol groter lijkt dan hij uiteindelijk zal worden, zoals oud stamhoofd SaroSaro. Als we de balans opmaken is de Stonetellers trilogie zeker de moeite van het lezen waard.

Geschreven door Rory Ceulen op 03-11-2017.